Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Zwartkapmierklauwier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkapmierklauwier | Thamnophilus bridgesi

Black-hooded Antshrike | Batará negruzco

De zwartkapmierklauwier is een donkere mierklauwier met een klein verspreidingsgebied aan de Pacifische kant van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama, waar hij buiten het gidsgebied niet voorkomt. Het mannetje is zwart en donker leigrijs met witte vlekjes op de vleugel. Hij leeft in de lagere lagen van bosranden en secundair bos en is vaak eerder te horen dan te zien.

Zwartkapmierklauwier (Thamnophilus bridgesi)
Foto: Kradlum — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een versnellende reeks nasale tonen, zoals bij verwante mierklauwieren. Daarnaast nasale roepjes.

Luister: ZangXC1015861

Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16 cm. Mannetje: kop, borst en bovendelen zwart, buik en flanken donker leigrijs; kleine witte vlekjes op de vleugeldekveren en een witte vlek bij de vleugelbocht. Vrouwtje: donker grijsbruin tot leigrijs, met fijne witte streepjes op kop en borst. Snavel zwaar met een haakpunt.

Verwarrings­soorten

De westelijke gevlekte mierklauwier Thamnophilus atrinucha komt in hetzelfde gebied voor maar is lichter: het mannetje is grijs met alleen een zwarte kruin, het vrouwtje bruin met een roodbruine kruin. De rouwmiervogel Cercomacra nigricans (in Panama) is slanker, met een fijnere snavel en duidelijke witte vleugelstrepen en staarttoppen.

Leefgebied

Onderste en middelste laag van bosranden, secundair bos, galerijbos en struweel in het laagland en de voetheuvels, plaatselijk tot hogere hellingen; ook in halfopen terrein met bosjes. Eet insecten en andere ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: Pacifische kant van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama. Komt nergens anders ter wereld voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op het schiereiland Osa in Costa Rica, onder meer rond Corcovado, vrij geregeld langs bosranden en in secundair bos.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen binnen zijn kleine verspreidingsgebied en verdraagt secundair bos.

Wetenschappelijke naam

Thamnophilus bridgesi | Sclater, 1856

Sclater beschreef de soort in 1856 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Thamnophilus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Thamnophilus is Grieks, van thamnos 'struik' en philos 'liefhebbend': 'struikminnaar'. bridgesi eert de Engelse botanicus, zoöloog en verzamelaar Thomas Charles Bridges (1807–1865), die vanaf 1822 in tropisch Amerika werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit David, Chiriquí, Panama.