Alle soorten › Zangvogels › Donacobiussen › Zwartkopdonacobius

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkopdonacobius | Donacobius atricapilla

Black-capped Donacobius | Donacobio

De zwartkopdonacobius is een luidruchtige, langstaartige zangvogel van moerassen en begroeide oevers, de enige soort in zijn eigen familie. In het gidsgebied leeft hij alleen in het oosten van Panama; verder zuidelijk is hij wijdverbreid in Zuid-Amerika. Paren zingen samen in duet en zijn in het moeras gemakkelijk te volgen.

Zwartkopdonacobius (Donacobius atricapilla)
Foto: SEBASTIÃO SALVINO DO NASCIMENTO — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Paren zingen luide duetten van heldere, herhaalde fluittonen zoals kwoit-kwoit-kwoit, afgewisseld met schorre, krassende tonen; daarbij wuiven ze met de gespreide staart. Roept ook met raspende alarmtonen.

Luister: ZangXC1082540

Opname: Fabrício Grigolin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm, inclusief de lange, getrapte staart. Kop en kruin zwart, overgaand in donker chocoladebruine bovendelen. Onderdelen warm geelbruin met fijne donkere bandjes op de flanken. Oog helder geeloranje. Vleugels zwartbruin met een witte vlek aan de basis van de handpennen, opvallend in de vlucht. Staart zwartachtig met brede witte toppen. Aan de zijkant van de hals een naakte, oranjegele huidplek die bij het zingen zichtbaar wordt. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

In zijn leefgebied weinig verwarring mogelijk. De tropische spotlijster Mimus gilvus heeft ook een lange staart met witte toppen, maar is grijs met witte onderdelen en leeft in droger, open terrein.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met hoog gras en riet, waterhyacint en ander drijvend en oevergroen langs meren, oude rivierarmen en trage rivieren, ook natte weilanden met struiken. Eet insecten en andere kleine ongewervelden die hij laag in de vegetatie boven water zoekt. Bouwt een open, komvormig nest in dichte moerasvegetatie boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, vooral in het oosten van de provincie Panamá en in Darién. Buiten het gidsgebied wijdverbreid in Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, zuidwaarts tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het opvallende duetgezang met wuivende staarten verraadt paren in moerassen met hoog gras; meestal zitten ze bovenop een stengel of struikje boven het water.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Zuid-Amerika wijdverbreid en algemeen; in het gidsgebied beperkt tot het oosten van Panama, waar de verspreiding plaatselijk is.

Wetenschappelijke naam

Donacobius atricapilla | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als [Turdus] atricapilla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Donacobius werd in 1831 ingevoerd door Swainson. Donacobius is Grieks, van donax 'riet' en bios 'leven, levenswijze': 'die in het riet leeft', naar de moerassige rietlanden waar de soort woont. atricapilla is Latijn, van ater 'zwart' en capillus 'hoofdhaar': 'zwartkop', naar de zwarte kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oost-Brazilië (in plaats van het foutieve 'Kaap de Goede Hoop').