Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Arabische goudvleugelvink

Arabische goudvleugelvink | Rhynchostruthus percivali

Arabian Golden-Winged Grosbeak | Picogordo árabe

De Arabische goudvleugelvink is een forse, grijsbruine vink met een zware zwarte snavel, een witte wang en grote heldergele vlakken in vleugel en staart. Hij komt alleen voor in de bergen van Zuidwest-Arabië en Dhofar, overal in lage dichtheid, en is een van de meest gezochte soorten van het Arabische hoogland.

Arabische goudvleugelvink (Rhynchostruthus percivali)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht, nasaal tsjwie of een fluitend dwie-oe, vaak in vlucht. De zang is een gevarieerd, kanarieachtig gekwetter met fluitende en trillende tonen, vanaf een boomtop of uitstekende tak.

Luister: VluchtroepXC951204

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, gedrongen, met een opvallend zware, kegelvormige zwarte snavel. Het mannetje is grijsbruin, met een bruine kop, een donkergrijs masker rond oog en snavelbasis en een grote witte vlek op de wang. De slagpennen zijn donker met een grote heldergele vlek aan de basis van de handpennen, die in vlucht als een gouden baan oplicht; ook de staart heeft geel aan de zijkanten van de basis. Het vrouwtje is doffer, met een minder scherp afgetekende kop en minder geel. Jonge vogels zijn gestreept en missen het koppatroon, maar hebben al geel in de vleugel.

Verwarrings­soorten

De socotragoudvleugelvink (Rhynchostruthus socotranus) komt alleen op Socotra voor; het mannetje heeft een donkerder, zwartachtige kop met een zwart masker. De Jemenkanarie (Crithagra menachensis) en de Arabische kanarie (Crithagra rothschildi) zijn veel kleiner, met een smalle snavel en geen geel in de vleugel. De groenling (Chloris chloris) komt niet in hetzelfde gebied voor. De combinatie van zware zwarte snavel, witte wang en gouden vleugelvlek is onmiskenbaar.

Leefgebied

Begroeide wadi's en hellingen in het hoogland, grofweg tussen 1000 en 2800 m: in Saoedi-Arabië vooral de resten van jeneverbesbos, in Jemen struweel met boomvormige wolfsmelk en acacia-jeneverbesbos, in Mahra en Dhofar droog bos met Anogeissus en Commiphora. Eet vooral vruchten en zaden van jeneverbes, acacia en wolfsmelk, en zoekt water op.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch in Arabië: in Saoedi-Arabië in het hoogland van Asir (onder meer rond Abha, Tanomah en Raydah), met als noordelijkste waarneming een of twee vogels bij Ta'if in april 1996; in Jemen in het westelijke hoogland en in Mahra in het oosten; in Oman in de bergen van Dhofar. Overal in lage dichtheid en plaatselijk. Komt elders niet voor.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bezoek vroeg in de ochtend een wadi met jeneverbessen of bloeiende wolfsmelk in Asir, of de beboste wadi's op de hellingen van Dhofar. Let op vogels die komen drinken bij een bron of waterbak; in vlucht valt het goud in de vleugel direct op. De soort is schuw en vaak alleen te zien als een kort langs flitsend geel paneel.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De wereldpopulatie wordt op ongeveer 9000 vogels geschat, verspreid in lage dichtheid. Het verdwijnen en verdrogen van jeneverbesbos in Asir, kap, overbegrazing en verstoring zijn de belangrijkste bedreigingen. Over de situatie in Jemen is sinds de oorlog weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Rhynchostruthus percivali | Ogilvie-Grant, 1900

Ogilvie-Grant beschreef de soort in 1900 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rhynchostruthus werd in 1881 ingevoerd door Sclater & Hartlaub. Rhynchostruthus is Grieks, van rhunkhos 'snavel' en strouthos 'mus', naar de forse snavel. percivali eert de Britse natuuronderzoeker Arthur Blayney Percival (1874–1940), die in 1899 in Zuid-Arabië vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Yeshbum in Hadramaut, Jemen.