Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Arabische kanarie

Arabische kanarie | Crithagra rothschildi

Arabian Serin | Serín árabe

De Arabische kanarie is een onopvallende, grijsbruine kanarie met een olijfgele stuit, die alleen in de bergen van Zuidwest-Arabië leeft. Hij is daar in beboste wadi's en op begroeide hellingen vrij algemeen, maar valt vooral op door zijn zang.

Arabische kanarie (Crithagra rothschildi)
Foto: Ammadoux — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een langgerekte, aaneengesloten reeks muzikale fluittonen en trillers, kanarieachtig en zeer gevarieerd, vanaf een boomtop of struik. De roep is een zacht, stijgend tsuie.

Luister: ZangXC746512

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, slank, met een kleine, spitse grijze snavel en een vrij lange, licht gevorkte staart die vaak wordt opgewipt. Het kleed is egaal grijsbruin boven, met vage donkere streepjes op de rug, en wat lichter onder, met een bleke kin en vage, wazige streping op borst en flanken. De stuit is olijfgeel en is vooral in vlucht te zien. De kop mist een duidelijk patroon: hooguit een vage lichte wenkbrauwstreep. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn sterker gestreept.

Verwarrings­soorten

De Jemenkanarie (Crithagra menachensis) is bruiner met een duidelijker koppatroon, een lichte wenkbrauwstreep en sterkere streping op de onderdelen, en heeft een bruine stuit zonder olijf; hij leeft vaker in kaal rotsterrein en rond dorpen. De Jemenkneu (Linaria yemenensis) heeft een grijze kop, een roodbruine rug en witte vlakken in de vleugel. Een vrouwtje Arabische goudvleugelvink (Rhynchostruthus percivali) is veel forser, met een zware snavel en geel in de vleugel.

Leefgebied

Droog bos en struweel op rotsige hellingen en in wadi's van het hoogland, van dicht jeneverbes- en acaciabos tot open terrein met verspreide bomen en struiken, ook terrasakkers en tuinen aan de rand van dorpen; grofweg tussen 1000 en 2800 m. Meestal in paren of kleine groepjes, die zaden zoeken in struiken en op de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch in Zuidwest-Arabië, in het Sarawat-gebergte: in Saoedi-Arabië van de omgeving van Ta'if via Al Baha en Asir naar het zuiden, en in Jemen in het westelijke hoogland tot het zuiden bij Ta'izz. Komt elders niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister in beboste wadi's rond Abha, Tanomah of Al Baha naar de lange, muzikale zang; de zanger zit vaak hoog in een acacia of jeneverbes. Let bij opvliegende vogels op de olijfgele stuit om hem van de Jemenkanarie te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en binnen zijn areaal vrij algemeen. Kap van bos, overbegrazing en verdroging van wadi's kunnen de stand plaatselijk aantasten. Over Jemen is weinig recents bekend.

Wetenschappelijke naam

Crithagra rothschildi | (Ogilvie-Grant, 1902)

Ogilvie-Grant beschreef de soort in 1902 als Serinus rothschildi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Crithagra werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Crithagra komt van het Griekse krithē, 'gerst', en agra, 'jacht' — een 'gerstjager', naar het zaadetende dieet van deze kanaries en zaadeters. rothschildi eert de Britse bankier en zoöloog Walter Rothschild (1868–1937). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Haushabi-gebied in Jemen.