Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Aziatische goudplevier
Aziatische goudplevier | Pluvialis fulva
Pacific Golden-Plover | Chorlito dorado siberiano
Een slanke, goudgele plevier uit Siberië, die in kleine groepen overwintert op de kusten, kwelders en grasvelden van Arabië. In de Golfstaten en Oman is hij een vertrouwde wintergast, in de Levant schaars en in Egypte en de Maghreb uitzonderlijk.
Geluid
Een snel, helder tweelettergrepig tju-wiet of tsjuu-iet, de tweede lettergreep hoger; duidelijker tweeledig dan de roep van de goudplevier.
Opname: Xiangrong Yan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Slanker en hoger op de poten dan de goudplevier, met een relatief grote kop en een iets langere snavel. Winterkleed: bovendelen met dichte goudgele spikkels, gezicht en borst geelbruin, met een duidelijke lichte wenkbrauw achter het oog. De lange tertials reiken bijna tot de staartpunt, waardoor maar twee tot drie handpenpunten zichtbaar zijn. Zomerkleed: zwarte onderdelen met een witte band langs hals en flanken die doorloopt tot de onderstaart, die wit en zwart gevlekt is. In vlucht: grijsbruine ondervleugel met grijze okselveren en een smalle, vage vleugelstreep.
Verwarringssoorten
De goudplevier (Pluvialis apricaria) is gedrongener en korter van poot, met witte okselveren en een vagere wenkbrauw; in Arabië veel zeldzamer. De Amerikaanse goudplevier (Pluvialis dominica) is grijzer, met korte tertials en een lange handpenprojectie; zeer zeldzame dwaalgast. De zilverplevier (Pluvialis squatarola) is groter en grijs, met zwarte okselveren en een witte stuit.
Leefgebied
Getijdenvlakten, zandstranden, kwelders en sabkha's langs de kust, maar ook kortgemaaid gras: golfbanen, parken, sportvelden en geïrrigeerde velden. In de Emiraten en Oman foerageert hij vaak op stedelijke grasvelden, landinwaarts ook bij waterzuiveringen en irrigatieakkers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Wintergast langs de Perzische Golf van Koeweit via Bahrein en Qatar tot de Emiraten, en in Oman (Batinah-kust, Barr al Hikman, Masirah en Dhofar), waar de grootste aantallen zitten. Ook langs de Rode Zeekust van Saoedi-Arabië en Jemen, de Golf van Aden en op Socotra. Op trek in Koeweit, Oost-Saoedi-Arabië en Zuid-Irak. In Israël een schaarse, vrijwel jaarlijkse doortrekker en wintergast, vooral in Eilat en langs de kust. In Egypte en Noord-Afrika zeer zeldzaam. Broedt op de toendra van Noord-Siberië tot West-Alaska; overwintert van Oost-Afrika en Arabië via Zuid- en Zuidoost-Azië tot Australië en de eilanden van de Grote Oceaan.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter zijn groepen gemakkelijk te zien op de grasvelden en golfbanen van Abu Dhabi en Dubai en op de vlakten van Barr al Hikman. In Salalah (Dhofar) en op Socotra foerageren ze op stranden en sportvelden. Vogels in zomerkleed zie je in april, vlak voor het vertrek.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied verliest hij getijdengebied door landaanwinning en kustbebouwing in de Golf, maar hij profiteert van golfbanen, parken en irrigatielandbouw.
Wetenschappelijke naam
Pluvialis fulva | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Charadrius fulvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. fulva is Latijn voor 'geelbruin, goudbruin', naar de goudgele spikkeling op de bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tahiti.


