Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Bleke oeverzwaluw

Bleke oeverzwaluw | Riparia diluta

Pale Martin | Avión pálido

De bleke oeverzwaluw is de Centraal-Aziatische tegenhanger van de oeverzwaluw, pas sinds kort als aparte soort erkend. In het gidsgebied is hij een zeldzame maar jaarlijks gemelde wintergast in het oosten van het Arabisch schiereiland, die zich tussen groepen oeverzwaluwen en boerenzwaluwen schuilhoudt en waarschijnlijk vaak over het hoofd wordt gezien.

Bleke oeverzwaluw (Riparia diluta)
Foto: Мухаммадсолех Оев — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept vaker dan de oeverzwaluw: een zacht, droog tsjrr en een hoger, wat ijler getjirp, minder rasperig dan bij de oeverzwaluw.

Luister: VluchtroepXC185015

Opname: Albert Lastukhin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Iets kleiner en bleker dan de oeverzwaluw: de bovendelen zijn licht grijsbruin, de onderdelen vuilwit met een vage, grijsbruine borstband die zijdelings uitloopt en in het midden soms bijna verdwijnt. De keel is wit en loopt zonder scherpe grens over in de band. Kenmerkend zijn de donkere teugel en oogomgeving, die afsteken tegen een lichter voorhoofd en een lichte kruin. De ondervleugel is lichter grijsbruin dan bij de oeverzwaluw en de staart is korter, met slechts een ondiepe inkeping. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

De oeverzwaluw (Riparia riparia) is donkerder bruin, met een scherp afgetekende, volledige borstband, een donkere ondervleugel en een duidelijker gevorkte staart; in de vlucht oogt hij groter. Jonge of versleten oeverzwaluwen kunnen een vagere band hebben, dus let op meerdere kenmerken samen. Indische oeverzwaluw (Riparia chinensis) en vale oeverzwaluw (Riparia paludicola) hebben een grijsbruine keel zonder lichte keelvlek erboven. Vale rotszwaluw (Ptyonoprogne obsoleta) is forser, heeft geen band en wel witte vlekjes in de staart.

Leefgebied

In de winter boven zoet water in de woestijn: meren bij pivotvelden, rioolwaterbekkens, waterzuiveringen, moerassen en irrigatieplassen, meestal samen met andere zwaluwen. Broedt buiten het gebied in kolonies in zand- en leemwanden langs rivieren en meren in steppe en halfwoestijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de Verenigde Arabische Emiraten een schaarse tot zeldzame wintergast, vooral bij de woestijnmeren en pivotvelden van Al Maha en Al Marmoom ten zuiden van Dubai en bij Ajman. In Oman zeldzaam in de winter bij rioolwaterbekkens en lagunes in Dhofar (Raysut, Khawr Rawri), op Masirah en bij Sur. In Koeweit voor het eerst in november–december 2017 bij Jahra, in Saoedi-Arabië voor het eerst zeker vastgesteld in de winter van 2020–2021 bij het Al Asfar-meer in Al Ahsa. In Qatar, Bahrein en Irak te verwachten. Daarbuiten broedt hij van Centraal-Azië en Zuid-Siberië tot Mongolië en Noord-China en overwintert van Pakistan en Noord-India tot Zuid-China.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Van december tot maart bij de woestijnmeren rond Al Maha en Al Marmoom of bij de rioolwaterbekkens van Dhofar. Neem de tijd voor een rustende groep zwaluwen op een draad of een droge tak: de bleke grijsbruine kleur, de vage band en het donkere oog in een licht gezicht zijn dan het best te zien. Foto’s en geluidsopnamen zijn welkom bij de nationale commissies.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied gaat het om enkele tot enkele tientallen vogels per winter; het aantal meldingen neemt toe, vooral door betere kennis van de kenmerken.

Wetenschappelijke naam

Riparia diluta | (Sharpe & Wyatt, 1893)

Sharpe & Wyatt beschreef de soort in 1893 als Cotile diluta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Riparia werd in 1817 ingevoerd door Forster. Riparia gaat terug op het Latijnse riparius 'van de oever', bij ripa 'oever', naar de nestholen die deze zwaluwen in steile oeverwanden graven. diluta is Latijn voor 'bleek, verwaterd', van diluere 'verdunnen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de rivier de Badam bij Shymkent in Kazachstan.