Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Bonte strandloper

Bonte strandloper | Calidris alpina

Dunlin | Correlimos común

De maatstaf voor alle kleine strandlopers en in de winter de talrijkste strandloper van de Noord-Afrikaanse wadden. In dichte, wentelende zwermen trekt hij over de slikken van de golf van Gabès, de Nijldelta en de Perzische Golf.

Bonte strandloper (Calidris alpina)
Foto: Jevgenijs Slihto from Riga, Latvia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schrapend, wat nasaal krieep, dat uit een opvliegende zwerm als een ruisend koor klinkt. Dat rasperige timbre onderscheidt hem van het heldere twick van de drieteenstrandloper en het volle tsjirrup van de krombekstrandloper.

Luister: VluchtroepXC1186001

Opname: Christian Kerihuel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Gedrongen, met zwarte poten en een zwarte snavel die naar de punt toe licht omlaag buigt. In winterkleed egaal grijsbruin boven met een fijn gestreepte grijze borst en witte buik. In broedkleed (vanaf maart–april, op de voorjaarstrek te zien) roestbruin geschubde bovendelen en een grote zwarte buikvlek, die geen andere strandloper in het gebied heeft. Jonge vogels zijn warmbruin geschubd met zwarte vlekjes op de flanken. In vlucht een smalle witte vleugelstreep en een donkere middenstreep over stuit en staart met witte zijden.

Verwarrings­soorten

De krombekstrandloper (Calidris ferruginea) is langpotiger en langer gesnaveld, met een gelijkmatig gebogen snavel en een geheel witte stuit. De breedbekstrandloper (Calidris falcinellus) is kleiner, met een donkerdere rug, een dubbele wenkbrauwstreep en een snavel die aan de punt knikt. De drieteenstrandloper (Calidris alba) is in winterkleed veel witter, korter gesnaveld en heeft een zwarte boegvlek. Kleine strandloper (Calidris minuta) en Temmincks strandloper (Calidris temminckii) zijn duidelijk kleiner, met een korte, rechte snavel.

Leefgebied

Slikken en getijdenvlakten, kustlagunes, zoutpannen en sebkha's, waar hij in snel bewegende groepen met de snavel als een naaimachine in het zachte slib pikt. Op doortrek ook aan zoetwatermeren, stuwmeren, vloeivelden en oasepoelen in het binnenland. Rust op hoogwater in compacte zwermen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Wijdverbreid langs de kusten en aan binnenwater. In Marokko talrijk aan de Atlantische kust (Merja Zerga, Sidi Moussa, Oualidia, het estuarium van de Oued Massa, Khnifiss en de baai van Dakhla). De golf van Gabès in Tunesië, met de Kneiss-eilanden en Bou Grara, is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van de Oost-Atlantische trekroute en houdt tienduizenden vogels. Verder op de Algerijnse en Libische lagunes, de Egyptische deltameren (Manzala, Burullus, Bardawil) en langs de kust van Israël. In Arabië talrijk in de Golf van Koeweit tot de Emiraten en in Oman (Barr al Hikman, Masirah, Khor Dhahariz), schaarser langs de Rode Zee en in Jemen. Op doortrek op binnenwater tot in de Sahara en de Arabische woestijn. Daarbuiten broedt hij op de toendra van Groenland en IJsland tot Alaska en overwintert van West-Europa en Afrika tot Zuid-Azië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bezoek in de winter de golf van Gabès of de Egyptische deltameren bij opkomend water: de zwermen wentelen dan boven de plaat en tonen afwisselend witte onderzijde en donkere rug. Zoek een rustende groep goed af: tussen de bontjes zitten vaak krombekstrandlopers, kleine strandlopers of een breedbekstrandloper. In april–mei zijn de vogels met zwarte buik bij Eilat en in de Golf goed te zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De wereldpopulatie neemt af, vooral door verlies en aantasting van wadgebieden langs de trekroutes. In het gidsgebied vormen inpoldering en kustbebouwing (vooral in de Golf), vervuiling en verstoring de grootste bedreigingen; de golf van Gabès en Barr al Hikman zijn van internationaal belang.

Wetenschappelijke naam

Calidris alpina | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa alpina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. alpina is Latijn voor 'van de hoge bergen'; het slaat hier op de toendra in het algemeen, niet op de Alpen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lapland.