Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Bruine boszanger

Bruine boszanger | Phylloscopus fuscatus

Dusky Warbler | Mosquitero sombrío

De bruine boszanger is een donkere, gedrongen boszanger uit Siberië en Noord-China die in Zuid- en Zuidoost-Azië overwintert. In het gidsgebied bereiken alleen enkele vogels het uiterste westen van het winterareaal: in de Emiraten en Oman is hij een zeldzame maar bijna jaarlijkse wintergast, elders een dwaalgast. Hij verraadt zich vooral met zijn harde roep vanuit dichte, lage begroeiing.

Bruine boszanger (Phylloscopus fuscatus)
Foto: Jason Thompson — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep maakt de soort: een hard, droog, smakkend tsjek of tak, als twee kiezels die tegen elkaar tikken, eentonig herhaald vanuit de dekking. De zang, in het winterkwartier zelden gehoord, is een reeks volle, trillerende tonen.

Luister: ZangXC1181333

Opname: Bo Shunqi 薄顺奇 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Gedrongen en kortvleugelig, met een ronde kop, een fijne, spitse snavel en een korte handpenprojectie. Bovendelen egaal donker grijsbruin, zonder groen of olijf; onderdelen vuilwit met een warm beige waas op flanken en onderstaartdekveren. De wenkbrauwstreep is lang en scherp, vóór het oog het breedst en warmst van tint (oranjebeige), achter het oog witter; daaronder een duidelijke donkerbruine oogstreep. Poten bruinroze, betrekkelijk slank. Geen vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

Raddes boszanger (Phylloscopus schwarzi), in het gebied nog niet zeker vastgesteld, heeft een dikke, stompe snavel, zware oranjeroze poten en een wenkbrauwstreep die achter het oog het breedst is. De tjiftjaf (Phylloscopus collybita) en de bergtjiftjaf (Phylloscopus sindianus) zijn grijzer of olijfkleuriger, met een minder scherpe wenkbrauwstreep, zwarte poten en een zachte, fluitende roep. Kleine karekietachtigen hebben een langere staart en snavel en een vlakke kop.

Leefgebied

Dichte, lage begroeiing bij water: randen van rietvelden en moerassen, tamariskstruweel, ruigte langs sloten en vijvers, waterzuiveringsinstallaties en vochtige parkranden. Foerageert laag en vaak op de grond, met nerveuze staartbewegingen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de Emiraten en Noord-Oman een zeldzame wintergast die in de meeste jaren wordt gezien, vooral in de moerassen en waterzuiveringsgebieden rond Dubai, Abu Dhabi en de Batinahkust. Elders dwaalgast: enkele waarnemingen in Israël, Bahrein, Saoedi-Arabië en Koeweit (twee); in Noord-Afrika vrijwel niet. Broedt van West-Siberië en Altaj tot Oost-Siberië en Noord-China en overwintert van Nepal en Noordoost-India tot Zuid-China en Zuidoost-Azië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister van november tot maart langs rietkragen en tamariskstruwelen in de wetlands van de Emiraten, zoals Al Wathba en Ras al-Khor, of bij de waterzuiveringsinstallaties, naar een herhaald hard tsjek. Geduld loont: de vogel komt meestal pas na een tijdje uit de dekking.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een groot areaal en een grote populatie. In het gidsgebied een zeldzame maar bijna jaarlijkse wintergast aan de westrand van het winterareaal; het aantal waarnemingen in de Golfstaten neemt toe, waarschijnlijk mede door meer waarnemers.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus fuscatus | (Blyth, 1842)

Blyth beschreef de soort in 1842 als Phillopneuste fuscata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. fuscatus is Latijn voor 'verdonkerd', bij fuscus 'donker', naar het egale bruin van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Calcutta.