Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Gambagavliegenvanger

Gambagavliegenvanger | Muscicapa gambagae

Gambaga Flycatcher | Papamoscas de Gambaga

De gambagavliegenvanger is een kleine, Afrikaanse verwant van de grauwe vliegenvanger. In het gidsgebied is hij een zomergast in het acaciabos van de heuvels en hooglanden van Jemen en het zuidwesten van Saoedi-Arabië, waar hij gemakkelijk over het hoofd wordt gezien tussen doortrekkende grauwe vliegenvangers.

Gambagavliegenvanger (Muscicapa gambagae)
Foto: Jacky Judas — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roep een zacht, hoog tsiep en een droog tsjek, iets vlakker dan bij de grauwe vliegenvanger. De zang is een zachte, krassende reeks hoge tonen.

Luister: ZangXC915911

Opname: Gregory Askew — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, merkbaar kleiner en ronder dan de grauwe vliegenvanger. Bovendelen grijsbruin met een effen, ongestreepte kruin; een smalle lichte oogring en lichte teugel. Keel wit, borst met vage, wazige grijsbruine vlekjes of een diffuse borstband zonder scherpe strepen, buik wit. Vleugels met lichte randen aan de grote dekveren en tertials, en een korte handpenprojectie (ongeveer half zo lang als de tertials). De snavel is kort en breed, met een lichte basis van de ondersnavel. De seksen zijn gelijk. Gedrag als van de grauwe vliegenvanger: uitvliegen vanaf een lage tak en terugkeren.

Verwarrings­soorten

De grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata), die in hetzelfde gebied doortrekt, is groter, met een gestreepte kruin, duidelijker gestreepte borst en een veel langere handpenprojectie. Vrouwtjes van de Ficedula-vliegenvangers hebben een witte vleugelvlek.

Leefgebied

Open acaciabos en bomen in wadi's en terrassen op hellingen en in de uitlopers van de bergen, ook losse bomen rond dorpen; plaatselijk in jeneverbesbos. In Jemen van ongeveer 700 tot 2300 m.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het zuidwesten van Arabië: in de westelijke hooglanden en uitlopers van Jemen, op veel plaatsen niet zeldzaam (bijvoorbeeld rond Al Mahwit en Kawkaban), en in het zuidwesten van Saoedi-Arabië in de Asir, waar hij schaars is maar ook nesten werden gevonden. Er zijn geen zekere gegevens uit Oman. In de winter vermoedelijk naar de Hoorn van Afrika. Daarbuiten een Afrikaanse soort met een verspreid areaal in de savannezone, van Ghana (waar Gambaga, de plaats van de typevondst, ligt) en Nigeria via Soedan tot Ethiopië, Somalië en Kenia.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tussen april en augustus in acaciabos op de terrassen ten westen van Sanaa of in de Asir rond Abha: zoek een kleine, ronde vliegenvanger met een ongestreepte kruin. Pas op in mei, als ook nog grauwe vliegenvangers doortrekken: let op de korte vleugelpunt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Het Arabische bestand is klein en weinig onderzocht; kap en overbegrazing van acaciabos zijn de belangrijkste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Muscicapa gambagae | (Alexander, 1901)

Alexander beschreef de soort in 1901 als Alseonax gambagae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Muscicapa werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Muscicapa is Latijn, van musca 'vlieg' en capere 'vangen'. gambagae verwijst naar Gambaga, een plaats in het noorden van Ghana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gambaga in Ghana.