Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Grote alexanderparkiet

Grote alexanderparkiet | Psittacula eupatria

Alexandrine Parakeet | Cotorra alejandrina

De grote alexanderparkiet is de grootste vrij vliegende parkiet van het gebied: met staart en al ruim een halve meter, met een zware bloedrode snavel. De soort komt uit Zuid-Azië en heeft zich als exoot gevestigd in de steden van de Golfstaten, en recenter ook in Caïro en Israël.

Grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Diep, rauw en galmend: een luid kie-aar of kiejah en een rollend rwaaa, duidelijk lager en voller dan het gekrijs van de halsbandparkiet. Bij slaapplaats en nest gekwetter van korte, keffende noten.

Luister: VluchtroepXC1185002

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–62 cm, spanwijdte 69–77 cm, waarvan meer dan de helft staart. Grasgroen, met een blauwgrijze waas over achterhoofd en wangen en een geelgroene buik. Twee kenmerken maken hem sluitend: de massieve, diep bloedrode snavel met lichte punt, en een kastanjebruinrode vlek op de binnenste vleugeldekveren, die in alle kleden aanwezig is. Het mannetje heeft een zwarte kin- en wangstreep die achter in de nek overgaat in een roze band; vrouwtjes en jonge vogels missen die tekening. De lange staart heeft gele punten.

Verwarrings­soorten

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een derde kleiner en ranker, met fijnere snavel, zonder schoudervlek, en met een hogere, schellere roep en snellere vleugelslag; de twee zitten vaak samen op slaapplaatsen. De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is gedrongen en kortgestaart, met grijs voorhoofd en grijsgeschubde borst. Ontsnapte andere Psittacula-soorten komen in de Golfstaten geregeld voor.

Leefgebied

Stadsparken, lanen, tuinen en villawijken met oude bomen, dadelpalmtuinen en boomgaarden aan de stadsrand. Broedt in ruime boomholten, ook in palmen. Foerageert op zaden, knoppen, bloesem en fruit, en slaapt met tientallen tot honderden bij elkaar, vaak samen met halsbandparkieten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Het natuurlijke areaal ligt in Zuid-Azië en Indochina, van Oost-Afghanistan en Pakistan over India en Sri Lanka tot Indochina; de soort is in het gidsgebied dus niet inheems. De stand gaat terug op ontsnapte kooivogels. Het bolwerk ligt in de Emiraten (Dubai, Abu Dhabi, Al Ain); verder gevestigd in Doha (Qatar), Muscat en de Batinah (Oman), Bahrein, Koeweit, Oost-Saoedi-Arabië en Irak. In Caïro en Gizeh (Egypte) en in het noorden en midden van Israël is de soort sinds de jaren 2010 sterk toegenomen. Elders, zoals in Marokko, alleen losse ontsnapte vogels. Daarbuiten ingeburgerd in onder meer Nederland, Duitsland, België, Turkije en Iran.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga tegen zonsondergang naar een groot stadspark in Dubai of Abu Dhabi, waar parkieten zich verzamelen voor de nacht. Zoek in de wolk halsbandparkieten naar grotere vogels met tragere slagen en een langere staart, en kijk met de kijker naar de rode schoudervlek. De diepe roep is in een gemengde groep het makkelijkst te horen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd gevoelig (IUCN: Near Threatened) en afnemend in het oorspronkelijke areaal door vangst voor de kooivogelhandel en verlies van oud bos. In het gidsgebied een exoot die snel toeneemt. Mogelijke concurrentie om boomholten met inheemse holenbroeders en schade aan fruit en dadels zijn nog nauwelijks onderzocht.

Wetenschappelijke naam

Psittacula eupatria | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Psittacula werd in 1800 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Psittacula is Latijn, een verkleinvorm van psittacus 'papegaai', dus 'papegaaitje'. eupatria is Grieks, van eu 'goed, edel' en patria 'afkomst', vergelijk eupatridēs 'van edele geboorte'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gingee in India.