Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Halsbandparkiet

Halsbandparkiet | Psittacula krameri

Rose-Ringed Parakeet | Cotorra de Kramer

De halsbandparkiet is de gewoonste parkiet van het gebied: een schel krijsende, grasgroene pijl met een lange staart die in vrijwel elke grote stad van Israël en de Golfstaten te zien is. In het gidsgebied is hij een exoot; het natuurlijke areaal ligt in de Sahel ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië.

Halsbandparkiet (Psittacula krameri)
Foto: Vinoth Chandar from Chennai, India — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, schel kie-ak of kiéé-jak, meestal in korte reeksen en bijna altijd in de vlucht. Bij de slaapplaats een oorverdovend koor van honderden vogels.

Luister: VluchtroepXC1180800

Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

39–43 cm, spanwijdte 42–48 cm, waarvan ruim de helft staart. Slanke, grasgroene parkiet met een zeer lange, spitse staart. Rode bovensnavel met zwarte onderkaak, geel oog met rode ring, blauwgroene waas over het achterhoofd. Het volwassen mannetje heeft een zwarte kin- en keelvlek die doorloopt in een dun zwart halsbandje, van achteren afgezet met roze; vrouwtjes en jonge vogels missen die band en hebben een kortere staart. De vlucht is snel en kaarsrecht, met korte, ondiepe slagen.

Verwarrings­soorten

De grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria) is een derde groter, met een veel zwaardere, dieprode snavel en in alle kleden een roodbruine schoudervlek; zijn roep is lager en rauwer en zijn vleugelslag trager. De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is gedrongen en kortgestaart, met grijs voorhoofd en geschubde grijze borst, en bouwt een takkennest.

Leefgebied

Steden en dorpen met bomen: parken, lanen, tuinen, begraafplaatsen en universiteitsterreinen, en verder boomgaarden, dadelpalmtuinen, oases en irrigatielandbouw. Broedt in boomholten, in palmen en in gaten in muren en gebouwen. Foerageert op zaden, knoppen, bloesem, fruit en dadels, en richt plaatselijk veel schade aan in de fruitteelt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Het natuurlijke areaal loopt door de Sahel van Senegal tot Soedan en Ethiopië, en over Pakistan, India en Sri Lanka; de soort is in het gidsgebied niet inheems. De stand gaat terug op ontsnapte en losgelaten kooivogels. Zeer algemeen in Israël, vooral in de kustvlakte, het noorden en Jeruzalem, en in Samaria en Judea; algemeen in de Emiraten, Oman (Muscat en de Batinah), Qatar, Bahrein, Koeweit en Oost- en Centraal-Saoedi-Arabië (Riyad, Dhahran) en in Jeddah. In Egypte gevestigd in Caïro en Gizeh en verspreid langs het Nijldal; verder in Jordanië (Amman, Aqaba), Irak (Bagdad, Basra) en Libanon. In de Maghreb kleine stadspopulaties in Rabat, Marrakech en Algiers; elders slechts losse vogels. Daarbuiten ook in Europa, Oost-Azië en Noord-Amerika ingeburgerd.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel elk stadspark in Tel Aviv, Dubai, Abu Dhabi of Muscat. Ga tegen zonsondergang naar een slaapplaats en kijk naar de golven parkieten die krijsend invallen; daartussen kunnen grote alexanderparkieten zitten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd; in het oorspronkelijke areaal algemeen en plaatselijk een landbouwplaag. In het gidsgebied een snel toegenomen exoot. In Israël veroorzaken uitheemse parkieten aanzienlijke schade aan fruitteelt; daarnaast is er concurrentie om nestholten met inheemse holenbroeders, zoals hoppen, spechten en vleermuizen, al is het effect op de stand van die soorten nog onzeker.

Wetenschappelijke naam

Psittacula krameri | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Psittacula werd in 1800 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Psittacula is Latijn, een verkleinvorm van psittacus 'papegaai', dus 'papegaaitje'. krameri eert de arts en natuuronderzoeker Wilhelm Heinrich Kramer (overleden 1765). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.