Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Grote grijze snip
Grote grijze snip | Limnodromus scolopaceus
Long-Billed Dowitcher | Agujeta escolopácea
Een gedrongen, snipachtige steltloper met een lange, rechte snavel, die broedt in Noordoost-Siberië en Alaska en overwintert in het zuiden van de Verenigde Staten en Midden-Amerika. In West-Europa is hij een bekende dwaalgast; in het gidsgebied is hij uiterst zeldzaam.
Geluid
Een hoog, scherp kiek, enkel of in een snelle reeks kiek-kiek-kiek; dit is het beste verschil met de kleine grijze snip, die een zachter tu-tu-tu geeft.
Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer zo groot als een tureluur, maar gedrongener, met korte groenige poten en een zeer lange, rechte snavel, die bij het foerageren als een naaimachine op en neer gaat. In winterkleed egaal grijs op kop, borst en bovendelen, met een duidelijke witte wenkbrauwstreep en een witte buik. In zomerkleed van onderen geheel roestrood, met gebandeerde flanken. In vlucht een opvallende witte wig van stuit tot halverwege de rug en een dicht gebandeerde staart. Jonge vogels hebben grijze tertials met smalle roestbruine randen.
Verwarringssoorten
De kleine grijze snip (Limnodromus griseus), niet in het gidsgebied vastgesteld, is vrijwel gelijk; let op de roep en bij jonge vogels op de getekende tertials. De watersnip (Gallinago gallinago) heeft een gestreepte kop en rug en geen witte wig. De Aziatische grijze snip (Limnodromus semipalmatus) is groter, met zwarte poten en snavel en zonder witte wig. Een rosse grutto (Limosa lapponica) is groter en langpotiger.
Leefgebied
Ondiep zoet of brak water met zachte modder: waterzuiveringsvijvers, visvijvers, moerasranden en kustlagunes; minder op open wadden dan andere grijze snippen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied een uiterst zeldzame dwaalgast. In Israël twee gevallen, waarvan het eerste een vogel die van juli tot augustus 1984 verbleef op de waterzuiveringsvijvers van Shafdan bij Tel Aviv. In Oman zijn enkele gevallen bekend en in de Verenigde Arabische Emiraten één. Uit Noord-Afrika zijn hooguit enkele aanvaarde gevallen bekend; de dichtheidskaart toont wel waarnemingen, maar die betreffen grotendeels ongecontroleerde meldingen. Daarbuiten broedt hij op de toendra van Noordoost-Siberië en Alaska en overwintert hij van het zuiden van de Verenigde Staten tot Guatemala; in Europa een jaarlijkse dwaalgast.
Hoe en wanneer kijken
Een grijze snip in het gidsgebied wordt het snelst gevonden op waterzuiveringsvijvers en visvijvers, waar hij meestal tussen bosruiters en kemphanen foerageert. Luister naar de hoge kiek-roep en fotografeer de staart en de tertials voor de determinatie.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een grote en stabiele populatie. In het gidsgebied een dwaalgast zonder eigen bescherming.
Wetenschappelijke naam
Limnodromus scolopaceus | (Say, 1822)
Say beschreef de soort in 1822 als Limosa scolopacea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Limnodromus werd in 1833 ingevoerd door Wied-Neuwied. Limnodromus is Grieks, van limnē 'moeras' en -dromos '-loper'. scolopaceus betekent 'snipachtig', van het Latijnse scolopax 'snip', naar de lange rechte snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Council Bluffs in Iowa.

