Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Havik

Havik | Astur gentilis

Northern Goshawk | Azor común

De havik is een forse, krachtige bosroofvogel die uit dekking duiven, kraaien, patrijzen en konijnen slaat. In Noord-Afrika is hij een zeldzame en weinig bekende broedvogel van de kurkeik- en cederbossen; in de Levant en Arabië is hij een zeldzame wintergast.

Havik (Astur gentilis)
Foto: Jevgenijs Slihto from Riga, Latvia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het nest een snelle, doordringende reeks gek-gek-gek-gek; het vrouwtje bedelt met een langgerekt, klagend hiii-jaa. Het luidst van februari tot april rond de nestplaats; daarbuiten zeer zwijgzaam.

Luister: ZangXC1075227

Opname: Lars Lachmann — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

48–66 cm, spanwijdte 95–125 cm. Fors en diep in de borst, met een kop die duidelijk voor de vleugel uitsteekt, brede vleugels met een bollende achterrand en een vrij lange staart met afgeronde hoeken. Vliegt met een reeks van drie tot vijf stevige, langzame slagen gevolgd door een lange glijvlucht. Het volwassen mannetje is leigrijs boven, fijn grijs gebandeerd onder, met een opvallende witte wenkbrauwstreep boven een donkere oorstreek en een oranjerood oog. Het vrouwtje is duidelijk groter, bruiner grijs boven en grover gebandeerd. De jonge vogel is warmbruin boven, met op de roomkleurige onderdelen zware donkere lengtevlekken en een geel oog. Bij de balts zet hij de witte onderstaartdekveren als een pluizige bol uit.

Verwarrings­soorten

De sperwer (Accipiter nisus) is kleiner en slanker, met een kleine, nauwelijks uitstekende kop, een smallere staartbasis met rechte hoeken en snellere, flikkerende slagen; een groot sperwervrouwtje en een klein havikmannetje overlappen in formaat. Een jonge havik kan op een buizerd (Buteo buteo) lijken, maar die heeft bredere vleugels en een korte, waaiervormige staart. In vlucht kan een havik ook op een slechtvalk (Falco peregrinus) lijken, die echter spitse vleugels heeft.

Leefgebied

In Marokko in oud bos van kurkeik, Portugese eik, Aleppoden, ceder en eik tot ongeveer 2000 meter, met hoge bomen voor het nest en open plekken om te jagen. Het nest ligt hoog in een boom, in de Rif tien tot twaalf meter hoog in eiken. Wintergasten in de Levant en Arabië jagen in bosjes, boomgaarden, oases en rond viskwekerijen en rivierbossen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko een zeldzame en verspreide broedvogel van het schiereiland van Tanger, de Rif, het westen van de Midden-Atlas en het westen van de Hoge Atlas; in de jaren zeventig werden in de streek Tétouan–Chefchaouen zo'n twintig paren geschat, eind jaren negentig in heel Marokko enkele tientallen paren. In 2016 werd een nest met drie eieren gevonden bij Tanger. Zeer zeldzame broedvogel in de bossen van Noord-Algerije en Noordwest-Tunesië. In het Midden-Oosten een zeldzame broedvogel in de beboste bergen van Libanon, Syrië en Noord-Irak en een zeldzame wintergast in Israël en Jordanië; in Egypte en Arabië een dwaalgast. Daarbuiten in Europa, Turkije en Azië tot Japan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans in Noord-Marokko is een zonnige ochtend van februari tot april, als het paar boven het bos van de Rif of rond Ifrane in de Midden-Atlas baltst met trage, diepe vleugelslagen en uitgezette witte onderstaartdekveren. Buiten die periode is de havik in het bos vrijwel onzichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Noord-Afrika zeldzaam en slecht onderzocht; de stand wordt bedreigd door het kappen van oud bos, verstoring en afschot.

Wetenschappelijke naam

Astur gentilis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco gentilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Astur werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Astur is laat-Latijn voor 'havik'. gentilis is Latijn voor 'edel': in de middeleeuwen was de jacht met haviken aan de adel voorbehouden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dalarna in Zweden.