Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › IJseend

IJseend | Clangula hyemalis

Long-Tailed Duck | Havelda

De ijseend is een kleine, compacte zee-eend van de Arctische toendra, die in de winter op open zee leeft. In het gidsgebied is hij een uiterst zeldzame dwaalgast, die hier meestal als eenling op een lagune of een bekken opduikt.

IJseend (Clangula hyemalis)
Foto: Judy Gallagher — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje heeft een welluidende, jodelende roep, a-a-auw-lie, vooral in de balts aan het eind van de winter; het vrouwtje kwaakt zacht. Dwaalgasten in het gebied zijn meestal stil.

Luister: ZangXC1046093

Opname: Petter Westberg — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

39–47 cm, het mannetje met de lange, dunne middelste staartpennen 10–15 cm langer. Een kleine, rondkoppige eend met een korte snavel. Het mannetje in winterkleed is grotendeels wit met een grote zwartbruine wangvlek, een zwarte borst en donkere rug en vleugels, en een roze band op de korte snavel. Het vrouwtje en jonge vogels zijn bruin en wit, met een witte kop met een donkere kruin en een donkere wangvlek, een bruine borst en een witte buik; zij missen de lange staart. In vlucht volledig donkere vleugels zonder spiegel, met een witte buik.

Verwarrings­soorten

Een vrouwtje zwarte zee-eend (Melanitta nigra) heeft ook een lichte wang met donkere kap, maar is groter en egaal donkerbruin, ook op de buik. Een vrouwtje brilduiker (Bucephala clangula) heeft een donkerbruine kop met een witte halsband en grijze flanken, en witte vleugelvelden in vlucht. Op afstand kan een duikende vogel aan een fuut (Podiceps cristatus) in winterkleed doen denken, maar die heeft een lange hals en een lange spitse snavel.

Leefgebied

Overwintert op open zee boven ondiepe zandbanken en mosselbanken, waar hij tot grote diepte duikt naar schelpdieren en kreeftachtigen. Dwaalgasten in het gidsgebied zijn gezien in kustlagunes, zoutpannen, zuiveringsbekkens en waterbekkens in het binnenland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Zeer zeldzame dwaalgast. In Marokko voor het eerst in juni 2014 in de lagunes bij Oualidia, het eerste geval voor het Afrikaanse vasteland, en daarna bij Essaouira in december 2015 en januari 2016. In Israël vijf gevallen tussen 1979 en 1986, alle bij Eilat, en daarna pas weer in april 2026 een vrouwtje bij Kibboets HaGoshrim in de Hulavallei. In Koeweit in november 2012 en in januari 2023 in het natuurreservaat Jahra Pools. Daarbuiten broedvogel van de Arctische toendra rond de hele noordpool, met overwintering op zee rond de Oostzee, Noordzee, Noorse kust, Noordelijke Grote Oceaan en de Grote Meren.

Hoe en wanneer kijken

Een dwaalgast blijft soms weken op dezelfde plek. Zoek in de winter tussen andere duikeenden op lagunes en bekkens naar een klein, bontgekleurd eendje dat lang onder water blijft en zich met half gespreide vleugels onderwater voortbeweegt.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De wereldpopulatie is sterk afgenomen, vooral door de grote daling in de Oostzee, het belangrijkste overwinteringsgebied. Oorzaken zijn bijvangst in staande netten, olievervuiling op zee, jacht en veranderingen in het voedselaanbod.

Wetenschappelijke naam

Clangula hyemalis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas hyemalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Clangula werd in 1819 ingevoerd door Leach. Clangula is een Latijnse verkleinvorm van clangere 'schallen', naar de ver dragende roep. hyemalis is Latijn voor 'van de winter'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit noordelijk Zweden.