Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kleine zwaan
Kleine zwaan | Cygnus columbianus
Bewick's Swan | Cisne chico
De kleinste en meest ganzachtige van de witte zwanen, met een zwarte snavel en een rond, geel vlak aan de basis. Hij broedt op de Siberische toendra en overwintert onder meer aan de Kaspische Zee; een enkele zwerver dringt door tot Irak, Arabië of Israël.
Geluid
Hoger, zachter en meer kwetterend dan de wilde zwaan: een nasaal, golvend koe-koe-koeloe en in vlucht een opgewekt kow-kow. Een groep klinkt als aanhoudend gebabbel.
Opname: Flemming H. Nielsen — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
115–127 cm, geheel wit met zwarte poten en een kortere hals en rondere kop dan de wilde zwaan. De snavel is zwart met een geel basisvlak dat de teugel vult en vooraan rond of recht is afgesneden, meestal ter hoogte van of vóór het neusgat, zonder scherpe punt. Het gele patroon verschilt per vogel. Eerstewinters zijn vuilgrijs met een roze snavelbasis die later geel wordt. In vlucht slanker en sneller vliegend dan de wilde zwaan.
Verwarringssoorten
De wilde zwaan (Cygnus cygnus) is groter, langhalziger, heeft een hoekiger kopprofiel en een geel snavelvlak dat in een scherpe wig tot voorbij het neusgat reikt. De knobbelzwaan (Cygnus olor) heeft een oranje snavel met zwarte knobbel en een S-vormig gedragen hals. Vergelijk bij een eenling in het gebied altijd de verhouding tussen geel en zwart op de snavel en de lengte van de hals.
Leefgebied
Overwintert op ondiepe meren, overstroomde graslanden en akkers met wintergraan, slapend op open water. Dwaalgasten in het gebied verblijven op meren, moerassen en stuwmeren, soms tussen ganzen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied een dwaalgast, met gevallen in Irak, Saoedi-Arabië, Oman en Israël; het gaat meestal om losse vogels uit de overwinteringsgebieden rond de Kaspische Zee. Daarbuiten broedt de Euraziatische vorm op de arctische toendra van Noord-Rusland en Siberië en overwintert in Noordwest-Europa, aan de Kaspische Zee en in Oost-Azië; de Noord-Amerikaanse vorm broedt in Alaska en Noord-Canada.
Hoe en wanneer kijken
Een zeldzaamheid waarvoor strenge winters in de Kaspische regio de beste omstandigheden bieden. Bekijk elke witte zwaan in Irak of Arabië nauwkeurig: noteer de vorm van het gele snavelvlak en maak foto’s van de kop van opzij, want dat patroon is doorslaggevend tegenover de wilde zwaan.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op de wereldlijst, al loopt het bestand dat in Noordwest-Europa overwintert sterk terug. In het gebied een zeer zeldzame dwaalgast zonder vast seizoen van aanwezigheid; er zijn maar een handvol gevallen bekend.
Wetenschappelijke naam
Cygnus columbianus | (Ord, 1815)
Ord beschreef de soort in 1815 als Anas Columbianus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cygnus werd in 1764 ingevoerd door De Garsault. Cygnus is Latijn voor 'zwaan', een nevenvorm van cycnus en ontleend aan het Griekse kyknos met dezelfde betekenis. columbianus verwijst naar de Columbia-rivier in het westen van Noord-Amerika, de vindplaats van het beschreven exemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit The Dalles in Oregon.


