Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Indiase eksterspreeuw

Indiase eksterspreeuw | Gracupica contra

Indian Pied Myna | Estornino pío

De indiase eksterspreeuw is een zwart-witte maina van Zuid- en Zuidoost-Azië die in het gidsgebied alleen voorkomt als nakomeling van ontsnapte of losgelaten kooivogels. In de Golfstaten leven kleine, verspreide groepjes in parken en irrigatieland, maar of ze zich op eigen kracht handhaven, is niet overal zeker.

Indiase eksterspreeuw (Gracupica contra)
Foto: Sai Adikarla — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig en gevarieerd: vloeiende, heldere fluittonen afgewisseld met krassende en klokkende geluiden, vaak in duet. Roept een schor tsjèk en een hoog tsjieuw.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

22–24 cm. Contrastrijk zwart en wit: kop, borst, rug en vleugels zwart, wang en oorstreek wit, buik vuilwit, met een witte streep over de schouder en een witte stuit. De snavel is lang en spits, oranjerood aan de basis en geelwit naar de punt, met een kale oranje huid rond het oog. Jonge vogels zijn bruin waar volwassen vogels zwart zijn, met een minder zuivere wangvlek.

Verwarrings­soorten

De treurmaina (Acridotheres tristis) en de oevermaina (Acridotheres ginginianus) zijn bruin of grijs met een zwarte kop en een lichte vlek in de handpennen, zonder witte wang. De ekster (Pica pica) is veel groter, met een lange staart en een zwarte snavel.

Leefgebied

Parken, tuinen, sportvelden en irrigatieland met gazons, vaak bij water; zoekt op de grond naar insecten en wormen. Bouwt, anders dan de meeste maina's, een slordig koepelnest in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Uitsluitend geïntroduceerd. Kleine populaties en losse groepjes in de Verenigde Arabische Emiraten, vooral rond Dubai en Abu Dhabi; verspreide waarnemingen van ontsnapte vogels in Oman, Qatar, Bahrein, Koeweit en Saoedi-Arabië. Het natuurlijke areaal loopt van Noord- en Midden-India en Nepal via Bangladesh en Myanmar tot Zuidwest-China en Indochina.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek op de gazons van stadsparken en golfbanen in Dubai en Abu Dhabi, waar hij tussen treurmaina's en oevermaina's naar voedsel loopt; de witte wang en het zwart-witte kleed vallen direct op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Azië algemeen. In het gidsgebied een exoot van kooivogelherkomst die niet uit het gebied zelf afkomstig is; de populaties zijn klein en het effect op inheemse soorten is onbekend.

Wetenschappelijke naam

Gracupica contra | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Sturnus contra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gracupica werd in 1831 ingevoerd door Lesson. Gracupica is een samentrekking van Gracula 'beo' en Pica 'ekster'. contra gaat waarschijnlijk terug op 'Contra', een naam die Albin (1738) uit Bengalen overnam en die vermoedelijk van een Indiase volksnaam stamt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kolkata in West-Bengalen, India.