Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Lelspreeuw
Lelspreeuw | Creatophora cinerea
Wattled Starling | Estornino carunculado
De lelspreeuw is een nomadische spreeuw van de savannes van Oost- en zuidelijk Afrika, die achter sprinkhanenzwermen en regenbuien aan rondzwerft. In het gidsgebied is hij een zeldzame dwaalgast in Arabië, waarbij ontsnapte kooivogels niet altijd uit te sluiten zijn.
Geluid
Vrij stil; roept een zacht, piepend sriie en raspende tonen. De zang is een zachte reeks piepjes en krassende geluiden.
Opname: Campbell Fleming — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–21 cm. Een bleke, grijsbruine spreeuw met een witachtige stuit, zwarte handpennen en staart en een lichte, roze-witte snavel. Het mannetje in broedkleed heeft een kale gele kop met zwarte lellen op voorhoofd en keel; buiten de broedtijd blijven alleen een kale gele vlek achter het oog en een donkere baardstreep over. Mannetjes hebben een witte vlek aan de basis van de handpennen. Vrouwtjes en jonge vogels zijn bruiner, zonder lellen, met een smalle donkere baardstreep. In vlucht valt de lichte stuit tussen de donkere vleugels en staart op.
Verwarringssoorten
Jonge roze spreeuwen (Pastor roseus) zijn ook bleek zandbruin met een lichte stuit en een gelige snavel, maar missen de kale huid achter het oog en de baardstreep en hebben bruinere vleugels zonder witte vlek. De spreeuw (Sturnus vulgaris) in jeugdkleed is egaal grijsbruin zonder lichte stuit. De treurmaina (Acridotheres tristis) heeft een zwarte kop, een gele oogvlek en een grote witte vleugelvlek.
Leefgebied
In Afrika open savanne en grasland met verspreide bomen, vaak bij vee en wild. De vogels in Arabië werden gezien in parken, op gazons en in irrigatieland, vaak tussen andere spreeuwen en maina's. Eet vooral sprinkhanen en andere insecten, daarnaast fruit.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen als dwaalgast. Er zijn enkele waarnemingen uit het zuiden van Jemen en uit Oman, vermoedelijk vogels die uit de Hoorn van Afrika zijn overgestoken. In Saoedi-Arabië de eerste waarnemingen in 2023: vijf vogels in februari in een stadspark, een losse vogel in mei bij Jubail aan de Golfkust en in november opnieuw twee in hetzelfde park, tussen treurmaina's; bij deze vogels is ontsnapping uit gevangenschap niet uit te sluiten. Daarbuiten van Ethiopië en Somalië tot Zuid-Afrika en westwaarts tot Angola en Namibië.
Hoe en wanneer kijken
Een kans in het zuiden van Jemen of Oman na een jaar met veel sprinkhanen in de Hoorn van Afrika. Let in parken en op gazons van de Golfstaten in zwermen roze spreeuwen en maina's op een bleke spreeuw met een lichte stuit.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; in Afrika algemeen, met sterk wisselende aantallen. In het gidsgebied een dwaalgast; elke waarneming is het melden waard, met aandacht voor ringen, versleten veren en andere aanwijzingen van gevangenschap.
Wetenschappelijke naam
Creatophora cinerea | (Meuschen, 1787)
Meuschen beschreef de soort in 1787 als Rallus cinereus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Creatophora werd in 1847 ingevoerd door Lesson. Creatophora komt van het Griekse kreas, genitief kreatos, 'vlees', en -phoros, 'dragend' — naar de vlezige lellen en de kale gele huid op de kop van het mannetje in broedkleed. cinerea is Latijn voor 'asgrauw', van cinis, 'as' — naar het grotendeels grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.

