Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Pagodespreeuw
Pagodespreeuw | Sturnia pagodarum
Brahminy Starling | Estornino pagoda
De pagodespreeuw is een kleine, slanke spreeuw met een zwarte kuif van droog, open land in India en Nepal. In het gidsgebied is hij een zeldzame gast aan de oostkust van Arabië, die over de Arabische Zee kan aanwaaien maar ook in de kooivogelhandel voorkomt.
Geluid
Een gevarieerde, babbelende zang met fluittonen, gekraak en imitaties; in groepjes een zacht kwetterend kwiek en schorre tonen.
Opname: Dipendra Maharshi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–21 cm. Grijs boven, warm zalmroze-oranje onder, met een glanzend zwarte kruin en een lange, achteroverhangende zwarte kuif, het langst bij het mannetje; wangen, hals en borst met fijne lichte schachtstreepjes. De snavel is geel met een blauwige basis, het oog licht met een blauwige huid eromheen. De staart is donker met witte hoeken, opvallend in vlucht. Jonge vogels zijn doffer en bruiner, met een bruinige kap zonder kuif.
Verwarringssoorten
Jonge roze spreeuwen (Pastor roseus) zijn bleker zandbruin, zonder zwarte kap en zonder witte staarthoeken. De treurmaina (Acridotheres tristis) is groter en bruin met een witte vleugelvlek en een gele oogvlek. Andere Aziatische spreeuwen uit de kooivogelhandel moeten worden uitgesloten.
Leefgebied
In het oorspronkelijke areaal droog, open land met bomen, struikgewas, akkers en dorpen. In Arabië in tuinen, parken, irrigatieland en kustoases, vaak tussen andere spreeuwen of maina's. Eet insecten, nectar en vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied een dwaalgast. In Oman tot 2008 ongeveer acht waarnemingen, vooral langs de kust van de Batinah en rond Muscat, met daarna nog enkele; in de Emiraten verscheidene waarnemingen, waarvan een deel mogelijk ontsnapte vogels betreft. Uit andere Golfstaten zijn losse meldingen bekend waarvan de herkomst onduidelijk is. Daarbuiten van Oost-Afghanistan en Pakistan door India en Nepal tot Sri Lanka; deels trekt hij in de winter naar het zuiden.
Hoe en wanneer kijken
In de winter en het voorjaar in de parken, tuinen en kustoases van Noord-Oman en de Emiraten, vaak tussen roze spreeuwen of maina's; let op de zwarte kap en de witte staarthoeken in vlucht.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in India algemeen. In het gidsgebied een zeldzame dwaalgast; omdat de soort in de kooivogelhandel voorkomt, wordt bij elke waarneming ook ontsnapping overwogen.
Wetenschappelijke naam
Sturnia pagodarum | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Turdus pagodarum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sturnia werd in 1837 ingevoerd door Lesson. Sturnia is een verkleinvorm van Latijn sturnus 'spreeuw'. pagodarum is Latijn voor 'van de pagodes', naar de tempels in India waar de vogel vaak zit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Malabar- en Coromandelkust in India.

