Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Kraanvogels › Jufferkraanvogel
Jufferkraanvogel | Grus virgo
Demoiselle Crane | Grulla damisela
De kleinste en slankste kraanvogel, die tussen de steppen van Centraal-Azië en de winterkwartieren in Soedan en Tsjaad door het oosten van het gidsgebied trekt. Tot in de twintigste eeuw broedde een kleine, geïsoleerde populatie op de hoogvlakten van Marokko en Algerije; die is verdwenen.
Geluid
Een hoog, rauw getrompetter, krrik-krrik, korter en schriller dan het diepe kroo-kroo van de kraanvogel en met een knarsende ondertoon. Een overtrekkende groep roept onafgebroken.
Opname: He Wenjin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Duidelijk kleiner en slanker dan de kraanvogel, met een lichtgrijs lichaam. Kop en voorhals zijn zwart, en het zwart van de voorhals loopt door in een lange sleep over de borst. Achter het oog steekt een lange, smalle witte pluim naar achteren. De snavel is kort en het oog rood. De grijze tertials hangen in een spits over de staart. In vlucht lijkt hij op een kleine kraanvogel, maar de zwarte voorhals loopt verder door en de kop is fijner. Jonge vogels zijn doffer grijs, met grijze oorpluimen.
Verwarringssoorten
De kraanvogel (Grus grus) is groter en donkerder grijs, met een korte zwarte keel, een witte streep over de halszijde, een rode kruinvlek en een volle pluim van tertials. In gemengde groepen in vlucht is de jufferkraanvogel kleiner, met snellere slagen en een kortere, fijnere hals.
Leefgebied
Op trek boven open land; rust op akkers, stoppelvelden en steppe, en drinkt en slaapt bij ondiepe meren, stuwmeren en waterzuiveringen. Trekt grotendeels in één ruk over de woestijn en komt alleen bij slecht weer of uitputting neer.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Doortrekker door het oosten van het gidsgebied: in Irak, Koeweit, Oost- en Noord-Saoedi-Arabië en de Golfstaten, vooral in augustus en september en opnieuw in maart en april; schaars in Oman en Jemen. In Israël, Jordanië, Syrië en Sinaï een schaarse doortrekker, meestal in kleine groepen. In Egypte schaars op trek langs de Nijl en de Rode Zee. In Noordwest-Afrika broedde een kleine populatie op de Algerijnse hoogvlakten tot rond 1944 en in de Middelste Atlas van Marokko tot halverwege de jaren tachtig; daar nu een zeldzame dwaalgast, zoals in 2016 in Oran. Broedt van de Zwarte Zee en Turkije door de steppen van Kazachstan tot Mongolië en Noordoost-China; overwintert in Soedan, Tsjaad en Ethiopië en in India.
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is in de laatste dagen van augustus en in september in Koeweit of Oost-Saoedi-Arabië, wanneer groepen soms op irrigatiecirkels en bij waterzuiveringen landen. In Israël zie je af en toe een groepje tussen de kraanvogels in de Hulavallei of op trek bij Eilat.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en vrij talrijk. De Noord-Afrikaanse broedpopulatie is uitgestorven, vermoedelijk door jacht, verstoring en het omploegen van de steppe. Op de trekroutes door het Midden-Oosten worden kraanvogels nog bejaagd en levend gevangen voor de handel.
Wetenschappelijke naam
Grus virgo | (Linnaeus, 1758) (GBIF: Anthropoides virgo)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea Virgo; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Grus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Grus is het Latijnse woord voor 'kraanvogel'. virgo is Latijn voor 'maagd', dezelfde gedachte als in de Nederlandse naam jufferkraanvogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit India.


