Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Kraanvogels › Kraanvogel

Kraanvogel | Grus grus

Common Crane | Grulla común

Een grote, grijze kraanvogel die in het gidsgebied overwintert, met als hoogtepunt de tienduizenden vogels in de Hulavallei in Noord-Israël. Elders trekken groepen in V-formatie en met ver dragend getrompetter over de Levant, Sinaï en de Nijlvallei naar Soedan en Ethiopië.

Kraanvogel (Grus grus)
Foto: José Prego from Moura, Portugal — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een ver dragend, metaalachtig getrompetter, kroo-kroo, dat kilometers ver hoorbaar is en vaak eerder gehoord wordt dan de vogels gezien worden. Jonge vogels piepen in hun eerste winter nog hoog. Op de slaapplaatsen en in overvliegende groepen roepen ze onafgebroken.

Luister: DuetXC1183800

Opname: MarekJas — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Zeer grote, hoogpotige vogel met leigrijs verenkleed, een zwart-witte kop- en halstekening en een kale rode kruinvlek. Kenmerkend is de zwarte pluim van afhangende tertials over de staart. Vliegt met gestrekte hals en poten en met krachtige, rustige slagen; de zwarte slagpennen steken af tegen de grijze dekveren. Jonge vogels zijn bruinig op kop en hals en missen de zwart-witte tekening en het rode kruintje.

Verwarrings­soorten

De jufferkraanvogel (Grus virgo) is kleiner en slanker, met een zwarte borstsleep en witte oorpluimen. Reigers zoals de blauwe reiger (Ardea cinerea) vliegen met ingetrokken hals; ooievaars (Ciconia) zijn zwart-wit en zweven meer.

Leefgebied

Overdag op akkers, stoppelvelden, wintertarwe en pinda- en maïsvelden, vaak in groepen; 's nachts op ondiepe meren, stuwmeren en moerassen. In de Maghreb op de hoogvlakten en bij tijdelijke meertjes (dayas).

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Israël: in de Hulavallei overwinteren tienduizenden vogels, mede dankzij bijvoedering in Agamon Hula; kleinere groepen in de Beth Shean-vallei en de Negev. Op trek over de Levant, Jordanië, Sinaï en de Nijlvallei; in Egypte een schaarse wintergast. Irak: wintergast in de vlakten van het midden en zuiden. Noordwest-Afrika: wintergast in Marokko, Algerije en Tunesië, vooral op de hoogvlakten en bij binnenwateren; schaars in Libië. Schaarse doortrekker en wintergast in Noord-Saoedi-Arabië en Koeweit, zeldzaam in de Golfstaten, Oman en Jemen. Broedt van Noord-Europa en Turkije tot Oost-Siberië; overwintert verder in Spanje, Soedan, Ethiopië en Zuid-Azië.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Agamon Hula in de Hulavallei is van november tot februari een van de grootste verzamelplaatsen van kraanvogels in het gebied: bij zonsopgang trekken tienduizenden kraanvogels vanaf de slaapplaats naar de velden. Een rondrit met een karretje of een bezoek aan de schuilhut levert van dichtbij beelden op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Europa sterk toegenomen. In Israël leidde de groei van de overwinterende aantallen tot schade aan gewassen, wat met bijvoedering is opgelost. In delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn jacht en het droogvallen van wetlands nog een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Grus grus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea Grus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Grus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Grus is het Latijnse woord voor 'kraanvogel'. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.