Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Rode tortel

Rode tortel | Streptopelia tranquebarica

Red Collared Dove | Tórtola cabecigrís

Een kleine, kortstaartige tortel uit Zuid- en Oost-Azië en geen broedvogel van het gidsgebied. Hij wordt in de Emiraten geregeld en in Oman zelden gezien; omdat de soort ook als kooivogel wordt gehouden, is de herkomst van deze vogels vaak onzeker.

Rode tortel (Streptopelia tranquebarica)
Foto: Davidvraju — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, rollend en knorrend gekoer, groe-groe-groe, laag en droog, heel anders dan het heldere gekoer van de turkse tortel. Dwaalgasten zijn meestal stil.

Luister: ZangXC1082776

Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Duidelijk kleiner en compacter dan andere tortels, met een korte staart. Het mannetje is opvallend: een blauwgrijze kop, een smalle zwarte nekband, een wijnrode tot steenrode mantel en vleugel, donkere handpennen en een grijze stuit. Het vrouwtje is doffer bruin-zandkleurig met een grijzere kop, maar heeft ook de zwarte nekband en lijkt daardoor op een kleine turkse tortel. De staart heeft brede witte hoeken.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje lijkt op de turkse tortel (Streptopelia decaocto), maar is veel kleiner, kortstaartiger en compacter, met een donkerdere, bruinere ondergrond en meer wit in de staarthoeken. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) is even klein maar langstaartig, zonder nekband en met een gevlekt borstschild.

Leefgebied

Dwaalgasten worden gezien in parken, tuinen, op golfbanen en bij landbouwgrond aan de rand van steden, vaak tussen turkse tortels en palmtortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen als dwaalgast: in de Verenigde Arabische Emiraten geregeld gemeld, vooral rond Dubai en Abu Dhabi, en zeldzaam in Oman; in beide landen wordt een deel van de meldingen aan ontsnapte kooivogels toegeschreven. Daarbuiten broedvogel van Pakistan en India tot China, Taiwan en de Filipijnen; de westelijke vogels trekken deels.

Hoe en wanneer kijken

Kijk in parken en op grasvelden in de Emiraten groepjes turkse tortels door op een opvallend klein, kortstaartig exemplaar. Noteer bij elke waarneming ringen, gedrag en schuwheid, die iets kunnen zeggen over een mogelijke herkomst uit gevangenschap.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Azië algemeen. Als dwaalgast in het gidsgebied zonder eigen beschermingsbetekenis; de soort komt niet uit het gidsgebied zelf.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia tranquebarica | (Hermann, 1804)

Hermann beschreef de soort in 1804 als Columba tranquebarica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. tranquebarica verwijst naar Tranquebar (nu Tharangambadi), een voormalige Deense handelspost aan de kust van Tamil Nadu in India. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tranquebar (Tharangambadi) in India.