Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Klein waterhoen
Klein waterhoen | Zapornia parva
Little Crake | Polluela bastarda
Een klein, slank ralletje dat op weg tussen Oost-Europa en Afrika in het voorjaar en najaar door het hele gidsgebied trekt. Het is de meest geziene kleine ral van het gebied: op trek duikt hij op aan de rand van elke plas met wat riet, van de oases van de Sahara tot de waterzuiveringen van de Golfstaten.
Geluid
Het mannetje zingt een reeks nasale, blaffende noten, kwek kwek kwek, die traag begint, geleidelijk versnelt en in toonhoogte daalt tot een snel ratelend slot, als een stuiterende pingpongbal. Vooral in het voorjaar te horen, ook van trekkers die in april en mei in moerassen pleisteren. Daarbuiten een kort, scherp kwek.
Opname: Lars Edenius — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer zo groot als een spreeuw, met een lange staart, lange vleugelpunten die ver voorbij de tertials uitsteken, en lange groene poten. Het mannetje is leiblauw op gezicht en onderdelen, met een olijfbruine, zwart gestreepte rug en alleen op de achterflanken en onderstaart flauwe witte bandering. Het vrouwtje heeft een okergele onderzijde, een witte keel en een lichtgrijs gezicht. Bij beide is de snavel kort en groen met een rode vlek aan de basis. Jonge vogels zijn bleker, met een witte onderzijde en fijne bandering op de flanken. Klimt behendig in rietstengels en loopt over drijvende planten.
Verwarringssoorten
Het kleinst waterhoen (Zapornia pusilla) is de echte verwarring: dat is gedrongener, heeft kortere vleugels zonder lange handpenprojectie, vleeskleurige poten, een snavel zonder rood, uitgebreide witte vlekjes op de rug en brede zwart-witte bandering tot ver op de flanken. Het porseleinhoen (Porzana porzana) is groter en overal wit gespikkeld, met een gele snavel en okergele onderstaart. Jonge vogels van beide kleine waterhoenen lijken sterk op elkaar; let dan op de handpenprojectie en de pootkleur.
Leefgebied
Rietkragen en lisdodde met open water ertussen, drijvende plantenmatten en de randen van plassen, vijvers, kanalen en waterzuiveringen. Op trek ook in kleine, onverwachte stukjes moeras in oases, irrigatiesloten en bij stuwmeren in de woestijn.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Doortrekker door het hele gidsgebied. In Marokko, Algerije en Tunesië schaars op voorjaarstrek, onder meer bij Merja Zerga, Sidi Bou Ghaba en Ichkeul. Egypte: doortrekker langs de Nijl en de Rode Zee en schaarse wintergast in de Nijldelta. In de Levant regelmatig op trek, vooral in de Jordaanvallei, het Hulagebied en bij Eilat, met enkele overwinteraars. In Arabië regelmatig op trek in Koeweit, de Golfstaten, Oman en Saoedi-Arabië en minder in Jemen; in het najaar soms opvallend talrijk in de waterzuiveringen van de Emiraten en Oman. Broeden in het gebied is onzeker en hooguit sporadisch, bijvoorbeeld in de moerassen van Zuid-Irak. Broedt van Midden- en Oost-Europa tot Centraal-Azië; overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara en in mindere mate rond de Middellandse Zee en in Zuidwest-Azië.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In april zijn trekkers het actiefst en het minst schuw: posteer je bij zonsopgang aan een rietkraag met open slik of drijvende planten, bijvoorbeeld in de Hula of bij Eilat, en wacht. In Oman en de Emiraten zijn kleine waterhoenen in september en oktober geregeld te zien aan de randen van waterzuiveringsbekkens, soms meerdere tegelijk.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar moeilijk te tellen en afhankelijk van goed ontwikkelde rietmoerassen. In het gebied lijdt de soort onder drooglegging van wetlands, al bieden waterzuiveringen en visvijvers in de woestijn nieuwe pleisterplaatsen.
Wetenschappelijke naam
Zapornia parva | (Scopoli, 1769) (GBIF: Porzana parva)
Scopoli beschreef de soort in 1769 als Rallus parvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Zapornia werd in 1816 ingevoerd door Leach. Zapornia is een bijna-anagram van Porzana, de geslachtsnaam van de Franse ornitholoog Louis-Pierre Vieillot. parva is Latijn voor 'klein', naar het geringe formaat van dit ralletje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Krain in Slovenië.

