Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Kleine pijlstormvogel

Kleine pijlstormvogel | Puffinus baroli

Barolo Shearwater | Pardela chica macaronésica

Een kleine, zwart-witte pijlstormvogel van de Macaronesische eilanden, die laag en met ratelende vleugelslagen over de golven vliegt. Hij broedt op de Canarische Eilanden, op nog geen honderd kilometer van de Marokkaanse kust, maar blijft grotendeels op open zee bij zijn eilanden; in het gidsgebied is hij een zeldzame en makkelijk gemiste gast.

Kleine pijlstormvogel (Puffinus baroli)
Foto: steve b — CC0 1.0 · iNaturalist

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de kolonie 's nachts een hoog, snel en hijgend ka-kie-ka-kerr, in korte reeksen herhaald; in het gidsgebied niet te horen.

Luister: ZangXC565411

Opname: Rinse van der Vliet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein, compact en kortvleugelig, met afgeronde vleugelpunten. Van boven zwart, van onderen zuiver wit tot en met de onderstaart, met slechts een smalle donkere achterrand en punt aan de ondervleugel. Het beslissende kenmerk is het witte gezicht: de grens tussen zwarte kap en witte keel loopt boven het oog door, zodat het donkere oog in een wit veld staat. De snavel is kort en dun, blauwgrijs met een donkere punt; de poten zijn blauwig. De vlucht bestaat uit lange reeksen snelle, ratelende slagen vlak boven het water, afgewisseld met korte glijvluchten, met veel minder kantelen dan bij grotere pijlstormvogels.

Verwarrings­soorten

De noordse pijlstormvogel (Puffinus puffinus) is duidelijk groter en langvleugeliger, met een donkere kap tot onder het oog en lange, kantelende glijvluchten. De yelkouanpijlstormvogel (Puffinus yelkouan) is groter en bruiner, met donkere oksels en in de westelijke vorm een vuile onderzijde en bruine onderstaart. Bulwers stormvogel (Bulweria bulwerii) is ongeveer even groot, maar geheel donker met een lange, spitse staart. Op afstand kan de snelle, zoemende vlucht doen denken aan een alk (Alca torda), die een witte vleugelachterrand heeft en geen glijfases kent.

Leefgebied

Warme, diepe oceaanwateren rond de eilanden en boven de rand van het continentaal plat, vaak bij opwelling en onderzeese bergen; komt zelden dicht onder de kust. Foerageert al zwemmend en duikend op kleine vis en inktvis. Broedt in spleten en holen op rotsige eilanden en kliffen buiten het gebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Marokko en de Westelijke Sahara: dwaalgast, met slechts weinig gedocumenteerde waarnemingen, vooral van zeetrek bij kapen aan de Atlantische kust en van boten boven het opwellingsgebied tussen de Canarische Eilanden en de Afrikaanse kust; op open zee daar vermoedelijk regelmatiger dan de waarnemingen doen vermoeden. Uit de Middellandse Zee en de rest van het gebied zijn geen zekere waarnemingen bekend. Daarbuiten broedt hij op de Azoren, Madeira, Porto Santo, de Desertas, de Selvagens en de Canarische Eilanden; buiten de broedtijd blijft hij grotendeels in de omringende oceaan, met kleine aantallen die in de nazomer noordwaarts zwerven tot de Golf van Biskaje en de wateren ten zuidwesten van de Britse Eilanden.

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is een pelagische tocht voor de kust van Agadir of Dakhla, of zeetrek bij een Atlantische kaap na een stevige westenwind. Wacht bij elke kleine zwart-witte pijlstormvogel op het witte gezicht en de ratelende vlucht, en documenteer de waarneming met foto's.

Staat van instandhouding

Afzonderlijk niet geëvalueerd op de Rode Lijst, maar met een kleine wereldpopulatie van naar schatting enkele duizenden paren kwetsbaar. Bedreigingen zijn ratten en katten op de broedeilanden, kunstlicht dat jonge vogels doet neerstorten en verstoring van de kolonies; op de Canarische Eilanden en Madeira is de soort achteruitgegaan.

Wetenschappelijke naam

Puffinus baroli | (Bonaparte, 1856)

Bonaparte beschreef de soort in 1856 als Procellaria baroli; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. baroli eert Carlo Tancredi Falletti, markies van Barolo, een Italiaans edelman uit de negentiende eeuw. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Desertas bij Madeira.