Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kolgans

Kolgans | Anser albifrons

Greater White-Fronted Goose | Ánsar careto

Een middelgrote grijsbruine gans met een witte bles aan de snavelbasis en zwarte dwarsbanden op de buik. In het gebied is de kolgans vooral een wintergast van Mesopotamië, waar troepen op de akkers en in de moerassen langs Tigris en Eufraat grazen.

Kolgans (Anser albifrons)
Foto: MPF — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoger en muzikaler dan de grauwe gans: een lachend, tweelettergrepig kow-lyow of lyo-lyok; troepen in vlucht maken een welluidend, babbelend koor.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1185976

Opname: Vandousselaere Patrick — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot en vrij slank, donkerder grijsbruin dan de grauwe gans, met een ronde kop. Volwassen vogels hebben een witte bles rond de snavelbasis die niet verder komt dan het voorhoofd onder het oog, en onregelmatige zwarte dwarsbanden op de buik. De snavel is roze (bij de Euraziatische vorm albifrons), de poten zijn oranje. Een smalle oogring ontbreekt of is donker. Jonge vogels missen bles en buikbanden en hebben een snavel met donkere punt. In vlucht oogt hij donkerder en slanker dan de grauwe gans, zonder bleke voorvleugel.

Verwarrings­soorten

De dwerggans (Anser erythropus) is kleiner, met kortere snavel, een bles die hoger doorloopt en een gele oogring. De grauwe gans (Anser anser) is groter en bleker, zonder bles en met roze poten en een bleke voorvleugel. De toendrarietgans (Anser serrirostris) heeft een donkere kop en een zwarte snavel met oranje band, zonder bles en buikbanden.

Leefgebied

Akkers met wintergraan, kort grasland, overstroomde vlakten en stoppelvelden in de buurt van grote moerassen, meren en rivieren. Slaapt op open water of drooggevallen modder en vliegt in de schemering naar de foerageergebieden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Irak een wijdverspreide wintergast in de moerassen van Mesopotamië en langs Tigris en Eufraat, vroeger in tienduizenden; ook in Syrië. Schaars in Koeweit en het noorden van Saoedi-Arabië en in kleine aantallen in Israël (Hulagebied). In Egypte vroeger regelmatig in de Nijldelta, nu schaars. In Marokko, Algerije, Tunesië en Libië zeldzaam, meestal enkele vogels tussen grauwe ganzen. Broedt op de arctische toendra van Rusland tot Noord-Amerika en Groenland en overwintert in West-Europa, rond de Zwarte en de Kaspische Zee, in het Midden-Oosten, in Oost-Azië en in Noord-Amerika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans ligt van december tot februari in de moerassen van Zuid-Irak en op de akkers in het noorden van het land. In Israël kun je in het Hulagebied tussen de kraanvogels en grauwe ganzen af en toe enkele kolganzen vinden. Kijk in elke troep naar een kleinere vogel met gele oogring: een dwerggans.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De aantallen in het gebied zijn sterk afgenomen sinds de drooglegging van de Mesopotamische moerassen in de jaren 1990, en jacht blijft daar een knelpunt. Na het gedeeltelijke herstel van de moerassen is een deel van de winterpopulatie teruggekeerd.

Wetenschappelijke naam

Anser albifrons | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 als Branta albifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anser werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Anser is het Latijnse woord voor 'gans'. albifrons is Latijn, van albus 'wit' en frons 'voorhoofd', naar de witte bles rond de snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Italië.