Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Kramsvogel

Kramsvogel | Turdus pilaris

Fieldfare | Zorzal real

De kramsvogel is een grote, bonte lijster van het noorden die het gidsgebied alleen in de winter en lang niet elk jaar bereikt. In zachte winters ontbreekt hij vrijwel; na strenge kou in Europa en Turkije verschijnen troepen in de bergen van de Levant en Noord-Irak, en schaarser in de Maghreb.

Kramsvogel (Turdus pilaris)
Foto: Kathy Büscher from Rinteln, Deutschland — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hard, schaterend tsjak-tsjak-tsjak, vooral bij het opvliegen van een troep; daarnaast een nasaal gieh. De zang, in het gidsgebied zelden te horen, is een gekwetter van schorre en krassende tonen.

Luister: ZangXC1185079

Opname: Cedric Mroczko — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

22–27 cm. Groot, langstaartig en bont. De kop, achterhals en stuit zijn blauwgrijs, de mantel en vleugeldekveren kastanjebruin, de staart zwartachtig. Boven het oog een vage lichte wenkbrauwstreep en een donkere teugel. Keel en borst zijn okergeel met zware zwarte vlekken en pijlvormige tekening die doorloopt op de flanken; de buik is wit. De ondervleugel is helderwit. De snavel is geel met een donkere punt. Vliegt in losse troepen met een licht golvende vlucht.

Verwarrings­soorten

De grote lijster (Turdus viscivorus) heeft eveneens een witte ondervleugel, maar is egaal grijsbruin boven, zonder grijze kop en stuit, en heeft witte staarthoeken. De zwartkeellijster (Turdus atrogularis) is effen grijsbruin boven, met een roestbruine ondervleugel. Jonge beflijsters (Turdus torquatus) zijn donker en geschubd, zonder grijze stuit.

Leefgebied

In de winter open akkers, weilanden en braakland met kort gras, boomgaarden, olijfgaarden en struweel met bessen, vaak in de bergen en hoogvlakten. Foerageert in troepen op de grond, op wormen en insecten, en zoekt bij vorst en sneeuw bessendragende struiken op.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Onregelmatige wintergast in Libanon, Syrië, Noord-Israël (vooral de Hermon en de Golan), de hooglanden van Jordanië en Noord-Irak, in invasiejaren in troepen. In het noorden van Marokko, Algerije en Tunesië schaars en onregelmatig. In Libië, Egypte en op het Arabisch Schiereiland (onder meer Koeweit, Saoedi-Arabië, de Emiraten en Oman) een dwaalgast. Broedt van Midden- en Noord-Europa tot Oost-Siberië; overwintert vooral in West-, Midden- en Zuid-Europa en Turkije.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Na een koudegolf in Turkije of de Balkan is de kans het grootst: zoek in de boomgaarden en op de akkers van de Golan, de Hermon of de Bekaavallei naar troepen lijsters en luister naar het schaterende tsjak-tsjak.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In delen van Europa achteruitgegaan; in het gidsgebied gaat het om wisselende, meestal kleine aantallen, die bij invasies ook bejaagd worden.

Wetenschappelijke naam

Turdus pilaris | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus voerde hij in datzelfde werk in. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. pilaris is een tweede Latijns woord voor 'lijster'; de wetenschappelijke naam zegt dus tweemaal hetzelfde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.