Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kuifeend

Kuifeend | Aythya fuligula

Tufted Duck | Porrón moñudo

De zwart-witte duikeend met de hangende kuif, in de winter een vaste verschijning op meren, stuwmeren en lagunes van de Maghreb tot Irak. Verder naar het zuiden, op het Arabisch Schiereiland en in Egypte, wordt hij schaarser en is hij vaak een losse vogel tussen andere eenden.

Kuifeend (Aythya fuligula)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het vrouwtje laat een rauw, knorrend kerr-kerr horen, vooral bij het opvliegen; het mannetje fluit in de balts zacht en giechelend.

Luister: VluchtroepXC1168071

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 43 cm, compact en rond van kop. Het mannetje is glanzend zwart met helderwitte flanken, een lange, hangende kuif op het achterhoofd, een geel oog en een blauwgrijze snavel met brede zwarte punt. Het vrouwtje is donker chocoladebruin met lichtere flanken, een kort kuifje en een geel oog; sommige vrouwtjes hebben een witte vlek aan de snavelbasis of een witte onderstaart. In vlucht een brede, heldere witte vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de topper (Aythya marila) heeft een grote, scherp afgetekende witte bles rond de snavelbasis, een grijzere rug en geen kuifje. Het vrouwtje van de witoogeend (Aythya nyroca) is warmer roodbruin, met een hoge kruin, witte onderstaart en een donker oog bij het vrouwtje. Mannetjes van de ringsnaveleend (Aythya collaris) en hybriden met de tafeleend (Aythya ferina) hebben grijze in plaats van witte flanken.

Leefgebied

Zoete meren, stuwmeren, rivieren, visvijvers en rioolwaterplassen, ook brakke lagunes en beschutte kustwateren. Duikt vooral naar weekdieren, zoals driehoeksmosselen en slakken, en waterinsecten, en rust overdag in groepen op open water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de winter in de hele Maghreb op meren, stuwmeren en lagunes, van de Marokkaanse Atlantische kust en de Midden-Atlas tot Ichkeul in Tunesië; schaars in Libië. In Egypte vooral op de Nijldeltameren. In Israël, Jordanië, Libanon en Syrië een algemene wintergast; in Irak talrijk in de moerassen en op de meren. In Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten een regelmatige wintergast in kleine aantallen, in Saoedi-Arabië, Oman en Jemen schaars. Daarbuiten broedt de soort van IJsland en West-Europa tot Kamtsjatka en overwintert ze tot in Noord-Afrika, India en Japan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het makkelijkst op grote stuwmeren en de kustlagunes van Marokko en Tunesië, en in de Golfstaten op rioolwaterplassen en waterbekkens. Gebruik een groep kuifeenden om zeldzamere duikeenden te vinden: ringsnaveleend, topper en kleine topper zijn in het gebied vrijwel altijd tussen kuifeenden gezien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot; in delen van Europa is de soort sterk toegenomen door de verspreiding van de driehoeksmossel. In het gebied hangen de aantallen af van de toestand van de overwinteringsmeren, en jacht en verstoring spelen plaatselijk een rol.

Wetenschappelijke naam

Aythya fuligula | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas fuligula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie. Aythya komt van Grieks aithuia, bij Aristoteles en Hesychius de naam van een niet nader te bepalen duikende zeevogel. fuligula is gevormd uit Latijn fuligo 'roet' en gula 'keel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.