Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Oosterse tortel

Oosterse tortel | Streptopelia orientalis

Oriental Turtle-Dove | Tórtola oriental

Een grote, donkere tortel uit Centraal- en Oost-Azië, die in het gidsgebied alleen als schaarse wintergast in Oman geregeld te zien is en elders een zeldzame verrassing blijft. Wie hem vindt, moet hem zorgvuldig scheiden van de veel algemenere zomertortel.

Oosterse tortel (Streptopelia orientalis)
Foto: Creepanta — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter vrijwel stil. De zang, een schor, hol koer-koer-koekoe van vier tot vijf tonen, is in het gidsgebied zelden te horen.

Luister: ZangXC875246

Opname: Ray Tsu 诸仁 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Gedrongen, zwaargebouwde tortel, groter en donkerder dan de zomertortel. De bovenvleugeldekveren hebben brede zwarte centra met smalle roestbruine randen, wat een grof, donker geschubd patroon geeft. Halsvlek van zwarte en blauwgrijze streepjes. Grijze stuit. Borst en buik donker wijnroze-bruin. De staart heeft een grijze eindrand bij de nominaatvorm orientalis, maar een vuilwitte bij de Centraal-Aziatische vorm meena, die in Arabië het vaakst gezien wordt.

Verwarrings­soorten

De zomertortel (Streptopelia turtur) is kleiner en slanker, met smallere, lichter oranje gerande vleugeldekveren, witte halsstreepjes, een bruinere stuit en een lichtere buik; vooral juveniele zomertortels geven verwarring. De rouwtortel (Streptopelia lugens) van Zuidwest-Arabië heeft een egaal zwarte halsvlek, maar komt niet in hetzelfde gebied voor.

Leefgebied

In Oman in dadelpalmtuinen, boomgaarden, beboste tuinen en parken, vaak bij water en irrigatielandbouw. Dwaalgasten verschijnen meestal in tuinen, op golfbanen en bij oases, vaak samen met andere tortels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied een schaarse maar geregelde wintergast in Oman, vooral in het noorden (Batinah en de omgeving van Muscat) en op de hoogvlakten van het binnenland. Elders zeldzame dwaalgast, onder meer in de Emiraten en Israël, met verspreide gevallen op het Arabisch schiereiland. Daarbuiten broedvogel van de Oeral en Centraal-Azië tot Japan, met de vorm meena in West- en Centraal-Azië; overwintert vooral in Zuid- en Zuidoost-Azië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Loop in Oman in de winter dadelpalmtuinen en parken met veel tortels langs en kijk elke grote, donkere 'zomertortel' na. Let op de grijze stuit, de donkere centra van de vleugeldekveren en de blauwgrijze halsstreepjes; een foto van staart en hals is bij twijfel onmisbaar.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in zijn broedgebied algemeen. Als dwaalgast in het gidsgebied geen eigen beschermingsvraagstuk.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia orientalis | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Columba orientalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. orientalis is Latijn voor 'oostelijk', naar de typelocatie in China. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit China.