Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Palestijnse bosuil
Palestijnse bosuil | Strix hadorami
Desert Owl | Cárabo árabe
Een kleine, bleke bosuil van rotsige woestijnkloven, een van de echte specialiteiten van het gebied: hij komt vrijwel alleen voor van de Sinaï en de Dode Zee tot Zuidwest-Arabië. Ruim een eeuw heette hij Strix butleri, tot in 2015 bleek dat het type van die naam bij de omaanse uil hoort; sindsdien draagt hij de naam Strix hadorami.
Geluid
De roep van het mannetje is een ritmisch, zacht hoeoe… hoe-hoe hoe-hoe, in ritme wat lijkend op het koeren van een turkse tortel; het vrouwtje roept lager en minder duidelijk. Vooral in februari tot april, in de eerste uren na zonsondergang. Het vrouwtje en de jongen bedelen met een hoog, schor kwiek.
Opname: Paulo Alves — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, slanke bosuil met een ronde kop zonder oorpluimen, lange poten en opvallend oranje-gele ogen. De bovendelen zijn licht zandkleurig tot goudbeige met fijne grijze vlekjes; de onderdelen lichtgeel tot wit met vage, fijne roodbruine dwarsbandjes. Het gezicht is bleek, bijna wit, zonder donkere rand. In vlucht licht met donkere banden op de slagpennen en de staart, en een donkere polsvlek op de ondervleugel.
Verwarringssoorten
De bosuil (Strix aluco) is groter en donkerder, met zwarte ogen en een donker omrand gezicht, en leeft in bos. De omaanse uil (Strix butleri) van Noord-Oman is donkerder grijsbruin, met een donker gezichtsveld en een andere roep. De kerkuil (Tyto alba) heeft een hartvormig gezicht en zwarte ogen; de woestijnoehoe (Bubo ascalaphus) is veel groter en heeft oorpluimen.
Leefgebied
Steile rotskloven, droge wadi's en canyons in kale woestijn, vaak bij een bron, een kleine oase of een groep dadelpalmen, van onder zeeniveau aan de Dode Zee tot ruim 1500 m. Jaagt op knaagdieren, insecten en kleine vogels. Het nest ligt in een spleet of holte in een rotswand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Israël en de Westelijke Jordaanoever langs de Dode Zee, in de Judese woestijn, de Arava en de bergen bij Eilat. In Jordanië langs de oostelijke rand van de Riftvallei, van de Dode Zee tot Petra, Dana en Wadi Rum. In Egypte in de Sinaï en in het Rode Zeegebergte van de Oostelijke Woestijn. In Arabië in de Hejaz- en Asirgebergten van West-Saoedi-Arabië, in Jemen en in Oman (Dhofar); in Noord-Oman is zijn verhouding tot de omaanse uil nog niet geheel duidelijk. Daarbuiten mogelijk in de heuvels aan de Soedanese Rode Zeekust.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De klassieke plek is Ein Gedi aan de Dode Zee, waar vogels in het voorjaar na zonsondergang roepen in de kloven van Nahal Arugot en Nahal David. In Jordanië zijn Wadi Mujib en de kloven rond Petra goede plekken. Wees terughoudend met het afspelen van geluid; vogels worden in Ein Gedi al veel verstoord.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar met een klein en versnipperd areaal. Bedreigingen zijn verstoring door vogelaars en toeristen, verkeer langs de wegen in de Riftvallei, vergiftiging van knaagdieren en het verdwijnen van bronnen en kleine oases.
Wetenschappelijke naam
Strix hadorami | Kirwan, Schweizer & Copete, 2015
Kirwan, Schweizer & Copete beschreef de soort in 2015 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Strix werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Strix is het Latijnse woord voor 'uil'; in de klassieke overlevering was de strix een nachtvogel die het bloed van zuigelingen zou drinken. hadorami eert de Israëlische ornitholoog Hadoram Shirihai.


