Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Pallas' boszanger

Pallas' boszanger | Phylloscopus proregulus

Pallas's Leaf Warbler | Mosquitero de Pallas

Pallas' boszanger is een piepkleine, goudhaantjesachtige boszanger uit de naaldbossen van Zuid-Siberië en Mongolië, die in Zuid-China en Indochina overwintert. In het gidsgebied is hij een dwaalgast met slechts een handvol waarnemingen; elke vondst is een zeldzaamheid van formaat.

Pallas' boszanger (Phylloscopus proregulus)
Foto: christoph_moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht, nasaal, licht opgaand tsjoe-wie, veel minder doordringend dan dat van de bladkoning. De zang, in het gebied niet te verwachten, is luid en gevarieerd, met trillers en herhaalde fluitjes.

Luister: ZangXC1088116

Opname: Ray Tsu 诸仁 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–9,5 cm. Klein, rond en kortstaartig, met een sterk gestreepte kop: een brede zwavelgele kruinstreep over een donkere kruin, een lange gele wenkbrauwstreep die achter het oog breed uitloopt, en een donkere oogstreep. Groen boven en wittig onder, met twee gele vleugelstrepen en lichte tertialranden. Het beslissende kenmerk is een citroengele stuitvlek, die oplicht als de vogel bidt aan een tak, wat hij vaak doet.

Verwarrings­soorten

De bladkoning (Phylloscopus inornatus) is groter en langer, zonder of met een vage kruinstreep en zonder gele stuit. Humes bladkoning (Phylloscopus humei) is grijzer, met één duidelijke vleugelstreep en evenmin een gele stuit. Het goudhaantje (Regulus regulus) en het vuurgoudhaantje (Regulus ignicapilla) hebben een zwartomzoomde kruinstreep en geen gele wenkbrauw of stuit.

Leefgebied

Als dwaalgast in parken, tuinen en bosjes met hoge bomen, vaak in een groepje tjiftjaffen of bladkoningen; foerageert bij de takuiteinden en bidt voor het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Dwaalgast. Het gaat om een handvol waarnemingen in Israël, vooral in de late herfst en de winter; daarbuiten zijn in het gidsgebied slechts enkele, niet altijd gedocumenteerde meldingen. In Iran werd de soort in 2013 voor het eerst vastgesteld. Broedt in de naaldbossen van Zuid-Siberië, Mongolië en Noordoost-China en overwintert in Zuid-China en Noord-Indochina; komt in de herfst jaarlijks in kleine aantallen voor in Noordwest-Europa.

Hoe en wanneer kijken

Een kans voor wie in november en december in de parken en kibboetstuinen van Israël, of in de groene oases van de Golfstaten, systematisch elke groep boszangers doorneemt. Let op een minuscuul vogeltje dat voor een tak bidt en een gele stuit laat zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een groot areaal. In het gidsgebied alleen dwaalgast, zonder vaste voorkomens.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus proregulus | (Pallas, 1811)

Pallas beschreef de soort in 1811 als Motacilla Proregulus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. proregulus is gevormd uit het Latijnse pro 'dicht bij' en de geslachtsnaam Regulus: de vogel lijkt op het goudhaantje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Ingoda in Transbaikalië.