Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Purperhoningzuiger

Purperhoningzuiger | Cinnyris asiaticus

Purple Sunbird | Suimanga asiático

De purperhoningzuiger is een Aziatische honingzuiger die in het gidsgebied zijn westgrens bereikt in Noord-Oman en de Emiraten. Daar is hij een gewone vogel van tuinen, wadi's en dadelpalmtuinen, die zich met de aanleg van groen in de steden verder uitbreidt.

Purperhoningzuiger (Cinnyris asiaticus)
Foto: Giles Laurent — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, metaalachtig tswiet of tsjwit en een zoemend zit; de zang is een snelle, opgewonden reeks hoge, schelle noten, vaak eindigend in een trillertje.

Luister: ZangXC1181875

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Klein, met een vrij korte staart en een lange, gebogen snavel. Het mannetje in broedkleed is geheel glanzend blauwzwart tot purper, met een smalle, donker kastanjebruine band over de borst die alleen van dichtbij te zien is en geel-oranje borstpluimpjes. Het mannetje in rustkleed is olijfbruin boven en geel onder, met een opvallende zwarte streep midden over keel en borst en donkere vleugels. Het vrouwtje is olijfgrijs boven en lichtgeel onder, met een lichte wenkbrauw, een donkere oogstreep en een donkere staart met witte randen.

Verwarrings­soorten

De Palestijnse honingzuiger (Cinnyris osea) komt in de Emiraten en Noord-Oman niet voor; het vrouwtje is grijs en niet geel onder, het mannetje glanst groener. De nijlhoningzuiger (Hedydipna metallica), alleen in Dhofar en verder westelijk, heeft een korte snavel en bij het mannetje staartspelden en een gele buik. Vrouwtjes kunnen met een zanger worden verward, maar de gebogen snavel en het voortdurende vleugelflitsen verraden de honingzuiger.

Leefgebied

Tuinen, parken, boomgaarden en dadelpalmtuinen in dorpen en steden; in het Hadjargebergte begroeide wadi's met acacia's en Ziziphus; ook mangroveranden en kustdorpen met bloeiende struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Noord-Oman (de Batinah-kust, het Hadjargebergte en Musandam) en in de Emiraten, vooral in het oosten, het Hadjargebied en rond Al Ain, maar inmiddels ook in parken van Dubai en Abu Dhabi. Elders in het gebied uitzonderlijk. Daarbuiten van Zuidoost-Iran en Pakistan door India en Sri Lanka tot Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Oman en de Emiraten is hij makkelijk te zien in bloeiende sierplanten in parken en hotels, en in de dadelpalmtuinen aan de voet van het Hadjargebergte. Zoek in voorjaar en zomer de blauwzwarte mannetjes, die zingend op een kale tak zitten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Oman en de Emiraten algemeen; het groene stedelijk gebied van de Emiraten heeft de soort de afgelopen decennia westwaarts laten uitbreiden.

Wetenschappelijke naam

Cinnyris asiaticus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Certhia asiatica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cinnyris werd in 1816 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Cinnyris komt van het Griekse kinnuris, een onbekend vogeltje dat Hesychius van Alexandrië noemt. asiaticus is Latijn voor 'Aziatisch'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit India.