Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Putter

Putter | Carduelis carduelis

European Goldfinch | Jilguero europeo

De bontste vink van het gebied, met een rood masker en een brede gouden vleugelband. In de Maghreb en de Levant een algemene vogel van olijfgaarden, tuinen en distelvelden, maar ook een van de meest gevangen kooivogels van de regio.

Putter (Carduelis carduelis)
Foto: F. C. Franklin — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snel, klaterend en vloeiend gebabbel van heldere tonen, doorspekt met een schor tsjèèh, vanaf een boomtop of in een vlinderende zangvlucht. De contactroep, jaarrond te horen, is een licht, dansend tikkelit, waarmee overvliegende groepjes zich verraden.

Luister: ZangXC1156318

Opname: Andrew McCafferty — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Rood gezichtsmasker met zwarte en witte kopbanen, zandbruine rug en flanken, zwarte vleugels met een brede gouden band en witte vlekjes op de vleugelpunten en in de zwarte staart. Bij het mannetje loopt het rood iets verder achter het oog. Jonge vogels missen het rood en zijn dof grijsbruin en fijn gestreept, maar hebben al de volledige gouden vleugelband. De vorm parva in de Maghreb is klein en warm gekleurd; de vorm niediecki in het Midden-Oosten is bleker en grijzer, met een lichtere rug.

Verwarrings­soorten

Volwassen vogels zijn onmiskenbaar. Jonge putters lijken op jonge kneuen (Linaria cannabina) en sijzen (Spinus spinus), maar die missen de brede, ononderbroken gouden vleugelband; de sijs is bovendien groenig en gestreept, de kneu toont witte vleugelstrepen. In de Golfstaten kunnen ontsnapte kooivogels van verwante soorten verwarring geven.

Leefgebied

Halfopen cultuurland met bomen en ruigten: olijf-, amandel- en citrusgaarden, tuinen, parken, dorpsranden, bermen en braakland met distels, en open bos en maquis. Broedt hoog in een boom, vaak in een boomgaard of laanboom. In de winter in groepjes op zaaddragende kruiden, ook in oases en op akkerland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Algemene broedvogel in Noord-Marokko zuidwaarts tot de Hoge Atlas en de Souss, in Noord-Algerije, Noord- en Midden-Tunesië en in Noord-Libië in Tripolitanië en Cyrenaica. In het oosten in Libanon, West-Syrië, Israël, Samaria en Judea, West-Jordanië en Noord-Irak; in de winter verder verspreid en dan ook in de Nijldelta en de Sinaï, Midden- en Zuid-Irak en schaars in Koeweit en de Emiraten. Op het Arabisch schiereiland verder zeldzaam. Daarbuiten in vrijwel heel Europa, West- en Centraal-Azië; als exoot onder meer in Australië en Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter zijn groepjes op distelvelden en in olijfgaarden in Marokko en Israël gemakkelijk te vinden; luister naar het dansende tikkelit. Een putter in een stad in de Golf is vaak een ontsnapte kooivogel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In grote delen van het gebied algemeen, maar de vangst voor de kooivogelhandel is in Noord-Afrika en het Midden-Oosten aanzienlijk en heeft de soort plaatselijk, onder meer in Algerije, sterk doen afnemen.

Wetenschappelijke naam

Carduelis carduelis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla carduelis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Carduelis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Carduelis is het Latijnse woord voor de putter, afgeleid van carduus 'distel', waarvan de vogel de zaden eet. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.