Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Rosse woestijnleeuwerik

Rosse woestijnleeuwerik | Ammomanes cinctura

Bar-Tailed Lark | Terrera colinegra

De rosse woestijnleeuwerik is een kleine, ronde, effen rossig-zandkleurige leeuwerik van de vlakke woestijn, zo goed gecamoufleerd dat hij pas opvalt als hij wegtrippelt. Het beste kenmerk zit aan het eind van de staart: een scherp afgesneden zwarte eindband.

Rosse woestijnleeuwerik (Ammomanes cinctura)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit korte, ijle, wat trieste fluitjes, sie-oo-lie, steeds herhaald in een golvende zangvlucht hoog boven de vlakte, en klinkt als een piepende deur in de verte. De roep is een zacht, kort tjuu of dzjiet.

Luister: AlarmroepXC1098443

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, klein en compact, met een ronde kop, een korte, kegelvormige gele tot roze-hoornkleurige snavel en vrij korte poten. Het verenkleed is geheel ongestreept: bovendelen licht rossig zandkleurig, onderdelen nog bleker, de borst met hooguit een vage warme waas. In vlucht is de staart rossig met een smalle, scherp afgegrensde zwarte eindband die ook op de grond als een donker T-patroon zichtbaar is; de handpennen zijn rossig met donkere punten. Seksen gelijk. Arabische vogels zijn vaak wat valer en grijzer dan de rossige vogels uit de Sahara.

Verwarrings­soorten

De woestijnleeuwerik (Ammomanes deserti) is groter, heeft een langere en zwaardere snavel, een geleidelijk donkere staart zonder scherpe band en een grijzere tint, en verkiest hellingen en rotsen. Kortteenleeuweriken, zoals de kleine kortteenleeuwerik (Alaudala rufescens), zijn gestreept op de rug of borst. Vrouwtjes van de zwartkruinvinkleeuwerik (Eremopterix nigriceps) zijn kleiner, met een dikkere snavel en een donkere vleugelonderkant.

Leefgebied

Vlakke, open grind- en zandwoestijn met verspreide lage pollen, zandige vlakten tussen duinen, kale steppe na droogte en de randen van droge wadi's. Vermijdt rotshellingen en hoge duinen. Na regen sluit hij zich in de winter aan bij troepen van andere leeuweriken op plekken met verse zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Van de West-Sahara en Marokko ten zuiden van de Atlas door de Algerijnse, Tunesische en Libische Sahara naar de westelijke woestijn van Egypte en de Sinaï, in de Negev en Arava, Jordanië, Saoedi-Arabië, Koeweit, West-Irak en de Syrische woestijn; schaarser in Qatar, de Emiraten en Noord-Oman. In het zuiden van Jemen ontbreekt hij grotendeels. Daarbuiten op de Kaapverdische Eilanden en in de Sahel, en oostwaarts tot Iran, Afghanistan en Pakistan.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Scan open grindvlakten vanuit de auto met de motor uit: een klein, rossig vogeltje dat met korte rukjes loopt en zich in de schaduw van een struikje drukt. Laat hem opvliegen en let op de staart; de zwarte eindband is het snelste kenmerk. Goed te zien rond Merzouga, in de Arava en in de woestijn van Noord-Saoedi-Arabië en Koeweit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het areaal is groot en de soort trekt mee met de regenval. Lokaal gaat leefgebied verloren door begrazing en landbouw aan de woestijnrand, maar het grootste deel van zijn wereld is ongeschikt voor ander gebruik.

Wetenschappelijke naam

Ammomanes cinctura | (Gould, 1839)

Gould beschreef de soort in 1839 als Melanocorypha cinctura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ammomanes werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Ammomanes is Grieks, van ammos 'zand' en -manēs 'verzot op', bij mania: de zandminnaar. cinctura is Latijn voor 'gordel, band', bij cingere 'omgorden', naar de donkere band aan het staarteind. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santiago op Kaapverdië.