Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Rouwtortel

Rouwtortel | Streptopelia lugens

Dusky Turtle Dove | Tórtola oscura

Een donkere, stevige bergtortel van de jeneverbesbossen en terrasakkers van Zuidwest-Arabië, de Arabische buitenpost van een soort van de Ethiopische en Oost-Afrikaanse hooglanden. Een van de soorten die een bezoek aan de Asir of het Jemenitische hoogland de moeite waard maken.

Rouwtortel (Streptopelia lugens)
Foto: Jacky Judas — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, langzaam en schor gekoer, krroe-oe… krroe-oe, vaak met een rollende inzet, lager en trager dan bij andere tortels. Klinkt vooral in de ochtend uit dichte bomen.

Luister: ZangXC879503

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Grote, donkere tortel met een grijze kop, een donker wijngrijze borst en een grote zwarte vlek op de zijhals, zonder witte streepjes. De bovenvleugeldekveren hebben zwartachtige centra en brede roestbruine randen, wat de vleugel een warm, grof geschubd patroon geeft. De staart is donker leigrijs met grijze, niet witte, hoeken. Oranje oog met roodachtige oogring. Juvenielen zijn bruiner en missen de halsvlek grotendeels.

Verwarrings­soorten

De zomertortel (Streptopelia turtur) is kleiner en slanker, met zwart-wit gestreepte halsvlekken, een lichtere buik en een witte staarteindrand; op trek kan hij in hetzelfde gebied opduiken. De roodoogtortel (Streptopelia semitorquata) heeft een smalle zwarte nekband en een egaal bruine, ongeschubde vleugel. De oosterse tortel (Streptopelia orientalis) komt in Zuidwest-Arabië niet voor.

Leefgebied

Jeneverbesbos, acacia- en olijfbos op berghellingen, terrasakkers met verspreide bomen en tuinen rond bergdorpen, in Arabië meestal tussen ongeveer 1500 en 3000 meter. Foerageert op de grond op akkers en paden en zoekt dekking in dichte bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Zuidwest-Arabië: jaarvogel in het Asirgebergte van Saoedi-Arabië, van de omgeving van Taif en Al Baha zuidwaarts, en in het hoogland van Jemen. Daarbuiten in de hooglanden van Eritrea en Ethiopië en via Oost-Afrika zuidwaarts tot Malawi; ook geïsoleerd in Soedan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rij in de Asir vroeg in de ochtend over een bergweg langs jeneverbesbos en terrasakkers: de vogels zitten dan op de weg of op muurtjes. Kijk een opvliegende tortel na op de staart: grijze in plaats van witte hoeken wijst op rouwtortel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Arabië afhankelijk van de hooglandbossen, die onder druk staan door houtkap, overbegrazing en bebouwing; de soort is daar plaatselijk nog algemeen.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia lugens | (Rüppell, 1837)

Rüppell beschreef de soort in 1837 als Columba lugens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. lugens is Latijn voor 'rouwend' — naar het donkere, sombere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tarantagebergte en Simien, Ethiopië.