Alle soorten › Zangvogels › Brilvogels › Socotrabrilvogel

Socotrabrilvogel | Zosterops socotranus

Socotra White-Eye | Anteojitos de Socotra

De socotrabrilvogel is een van de endemische zangvogels van Socotra. Hij werd lang als ondersoort van de Abessijnse brilvogel beschouwd, maar DNA-onderzoek (2014) liet zien dat hij daar niet nauw mee verwant is; de IOC erkent hem sinds 2019 als soort. Op het eiland is hij algemeen, van de wadi's bij de kust tot de bergbossen van het Hajhir-massief.

Socotrabrilvogel (Zosterops socotranus)
Foto: James Eaton — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, dun tsiu en zachte contactroepjes binnen het groepje; de zang is een snel, ijl gekwetter, vooral in de ochtend.

Luister: RoepXC1091777

Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Een kleine, compacte brilvogel met een brede witte oogring, aan de voorkant smal onderbroken, en een fijne zwarte teugelstreep. De bovendelen zijn olijfgroen, de keel en de onderstaartdekveren lichtgeel, borst en flanken grijzig wit en de buik wit. De snavel is fijn en donker, de poten grijs. Geslachten gelijk; jonge vogels zijn valer met een kleinere oogring.

Verwarrings­soorten

Op Socotra is er geen andere brilvogel. De incanagraszanger (Incana incana) is grijsbruin, langstaartig en mist de oogring; de socotragraszanger (Cisticola haesitatus) is gestreept bruin. De socotrahoningzuiger (Chalcomitra balfouri) is groter en grijsbruin met een lange, gebogen snavel. Van de Abessijnse brilvogel (Zosterops abyssinicus) op het vasteland verschilt hij volgens de literatuur subtiel, onder meer in de minder gele onderdelen; in het veld beslist de plaats.

Leefgebied

Struweel van Croton en andere struiken, beboste wadi's met vijgen en tamarinde, wierookboom- en drakenbloedboombestanden op het kalkplateau, en het nevelbos van de Hajhirbergen; ook in tuinen en dadelpalmtuinen bij dorpen. Van zeeniveau tot de hoogste toppen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Alleen op Socotra (Jemen), waar hij over het hele eiland voorkomt, het talrijkst in de wadi's en op de hellingen van het Hajhir-massief en het Dixam-plateau. Van de kleinere eilanden van de archipel (Abd al-Kuri, Samha, Darsa) zijn geen zekere gevallen bekend. Sommige auteurs rekenen ook vogels in Noord-Somalië tot deze soort, maar dat is niet bevestigd.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Elk bezoek aan Wadi Ayhaft, het Homhil-plateau of de Dixam-hoogvlakte levert groepjes op die door de struiken trekken; ze zijn weinig schuw en vaak samen met socotrahoningzuigers te zien.

Staat van instandhouding

Door de IUCN nog niet als aparte soort beoordeeld (BirdLife rekent hem tot de Abessijnse brilvogel). Op Socotra algemeen; het kleine verspreidingsgebied maakt de soort wel kwetsbaar voor overbegrazing door geiten, het verlies van bos en de gevolgen van cyclonen en klimaatverandering.

Wetenschappelijke naam

Zosterops socotranus | Neumann, 1908

Neumann beschreef de soort in 1908 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Zosterops werd in 1827 ingevoerd door Vigors & Horsfield. Zosterops komt van het Griekse zōstēr, 'gordel', en ōps, 'oog' — naar de witte oogring die de meeste brilvogels hebben. socotranus verwijst naar het eiland Socotra. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dahamis op Socotra, Jemen.