Alle soorten › Zangvogels › Gorzen › Socotragors
Socotragors | Emberiza socotrana
Socotra Bunting | Escribano de Socotora
De socotragors is een kleine, zeldzame gors die alleen op het eiland Socotra voorkomt, voor de kust van Jemen. Hij leeft op de hoger gelegen kalksteenplateaus en berghellingen en is de minst geziene van de endemische vogels van het eiland.
Geluid
De zang is een korte, eenvoudige reeks heldere tonen, tsjie-tsjie-tsjuu, vanaf een rotsblok of struiktop herhaald, vooral in de vroege ochtend. De roep is een zacht, kort tsip, dat in de wind op de plateaus makkelijk verloren gaat.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13 cm, een kleine, compacte gors met een vrij korte staart. De kop is scherp zwart-wit gestreept: een smalle witte kruinstreep tussen zwarte zijkruinstrepen, een brede witte wenkbrauwstreep, een zwarte oogstreep en een witte streep onder de wang, afgezet tegen een donkere baardstreep. De keel is wittig. Mantel en rug zijn warm roestbruin met donkere strepen; de vleugels hebben een roestkleurig paneel op de dekveren en twee smalle lichte vleugelstrepen. De onderdelen zijn licht grijsbeige tot vuilwit, op de borst iets warmer getint. De snavel is donker met een lichtere ondersnavel, de poten zijn vleeskleurig. Het vrouwtje is doffer, met bruinere in plaats van zwarte kopstrepen.
Verwarringssoorten
Op Socotra komt ook de zevenstrepengors (Emberiza tahapisi) voor, in de eilandvorm insularis; die heeft een zwarte keel, diep kaneelbruine onderdelen en geen witte vleugelstrepen, en leeft vooral lager op rotsige hellingen. De socotramus (Passer insularis) is zwaarder, met een ongestreepte grijze kruin en bij het mannetje een zwarte bef. Op het vasteland komt de soort niet voor, zodat verwarring met de gestreepte gors (Emberiza striolata) daar niet speelt.
Leefgebied
Open kalksteenplateaus met kort gras, verspreide struiken, rotsblokken en kale kalkplaten, en rotsige hellingen in en rond het Hagghier-gebergte, meest op enige hoogte. Foerageert onopvallend op de grond tussen gras en stenen, op zaden en in de broedtijd op insecten. Komt plaatselijk tot in de randen van struweel en open bos met drakenbloedbomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Endemisch voor de Socotra-archipel (Jemen), en vrijwel alleen bekend van het hoofdeiland Socotra: op de plateaus van Diksam, Homhil, Ma’alah en Siko en op de hellingen van het Hagghier-gebergte. De verspreiding is plaatselijk en dun; op veel plekken met schijnbaar geschikt terrein ontbreekt de soort. Daarbuiten nergens.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het Diksam-plateau en het gebied rond Homhil zijn de bekendste plekken. Zoek in de koele ochtenduren langs randen van grasland met losse stenen en struiken en luister naar de korte zang; de vogel is vaak pas te zien als hij opvliegt en op een rotsblok gaat zitten. Reken op geduld: ook ervaren bezoekers missen hem regelmatig.
Staat van instandhouding
Gevoelig. Een kleine populatie met een beperkt verspreidingsgebied op één eiland. Overbegrazing door geiten en veranderingen in het grondgebruik op de plateaus vormen de voornaamste bedreigingen; door de onveilige situatie in Jemen is er weinig recent onderzoek naar aantallen en trend.
Wetenschappelijke naam
Emberiza socotrana | (Ogilvie-Grant & Forbes, 1899)
Ogilvie-Grant & Forbes beschreef de soort in 1899 als Fringillaria socotrana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Emberiza werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Emberiza komt uit het Oudhoogduits, van Embritz, een naam voor een gors. socotrana verwijst naar Socotra, het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Adho Dimellus op Socotra in Jemen.


