Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Steenloper

Steenloper | Arenaria interpres

Ruddy Turnstone | Vuelvepiedras común

Een gedrongen, bontgekleurde steltloper met korte oranje poten die langs de kusten van het hele gidsgebied stenen, wier en schelpen omkeert op zoek naar voedsel. Hij broedt rond de hele Noordpool en is hier doortrekker en wintergast, van de Atlantische kust van Marokko tot de Perzische Golf, de Rode Zee en Socotra.

Steenloper (Arenaria interpres)
Foto: Bengt Nyman from Vaxholm, Sweden — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, kort ratelend tuk-a-tuk-tuk of kititit, vooral bij het opvliegen; in groepen een staccato gekwetter.

Luister: VluchtroepXC1179545

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Stevig gebouwd, met een korte, wigvormige zwarte snavel en korte, fel oranje poten. In broedkleed (april–augustus) zijn de bovendelen kastanjebruin en zwart geblokt, de kop wit met een zwart masker en een zwarte borstband die naar de vleugelboeg doorloopt; vrouwtjes zijn doffer. In winterkleed is hij donker grijsbruin boven met een brede donkere borstband die een witte keelvlek omsluit, en wit onder. In vlucht een opvallend bont patroon: witte vleugelstreep, witte rug- en stuitvlekken, een zwarte band over de stuit en een witte staart met zwarte eindband.

Verwarrings­soorten

Door vorm, poten en bonte vluchttekening nauwelijks te verwarren. In winterkleed kan hij op afstand lijken op een bontbekplevier (Charadrius hiaticula), die een volledige smalle borstband, een wit voorhoofd en een andere houding heeft. Op zandstranden kan een foeragerende groep tussen drieteenstrandlopers (Calidris alba) lopen, die veel witter zijn en een zwarte snavel en zwarte poten hebben.

Leefgebied

Rotsige en stenige kusten, koraalvlakten, strandwallen met aanspoelsel, getijdenvlakten met wier, havenhoofden en pieren; ook mangrove- en lagunekusten. Keert met de snavel stenen, schelpen en wier om en foerageert graag tussen aangespoeld afval. Landinwaarts alleen op doortrek, schaars aan zoutmeren en stuwmeren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Overal langs de kusten als doortrekker en wintergast. In Noord-Afrika langs de Atlantische kust van Marokko en West-Sahara (vooral de baai van Dakhla en Khnifiss), langs de Middellandse Zee van Tunesië (golf van Gabès) en Libië tot Egypte, en langs de Egyptische Rode Zeekust en de Golf van Suez. In Arabië talrijk langs de Rode Zeekust van Saoedi-Arabië en Jemen, rond Socotra, langs de kusten van Oman (Barr al Hikman, Masirah) en de Perzische Golf van de Emiraten, Qatar en Bahrein tot Koeweit en Zuid-Irak. In Israël, Libanon en Syrië vooral op doortrek in kleine aantallen. In april–mei en augustus–oktober trekken groepen ook over land, zodat hij dan schaars aan binnenwateren verschijnt. Daarbuiten broedt hij op de arctische toendra en kusten rond de Noordpool en overwintert hij langs vrijwel alle tropische en gematigde kusten.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Golfstaten en Oman lopen steenlopers vaak tamelijk tam over pieren, havens en stranden, bijvoorbeeld bij Al Qurm (Muscat) en op de kustvlakten van Abu Dhabi. Let in april op vogels in broedkleed tussen de winterkleden: dan is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes goed te zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De wereldpopulatie neemt af, vooral door verlies van rustplaatsen en voedselgebieden langs de kust, verstoring en de opwarming van het Noordpoolgebied. In het gidsgebied staan kustvlakten in de Golf en langs de Rode Zee onder druk van inpoldering, havenbouw en olievervuiling; belangrijke overwinteringsplekken zoals Barr al Hikman en de baai van Dakhla verdienen bescherming.

Wetenschappelijke naam

Arenaria interpres | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa Interpres; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arenaria werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Arenaria komt van Latijn arenarius 'in het zand levend', van arena 'zand'. interpres is Latijn voor 'boodschapper' of 'tolk': Linnaeus hoorde op Gotland het Zweedse tolk voor deze vogel, maar in het plaatselijke dialect betekent dat woord 'poten' en slaat het op de tureluur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gotland in Zweden.