Alle soorten › Steltloperachtigen › Kluten › Steltkluut

Steltkluut | Himantopus himantopus

Black-Winged Stilt | Cigüeñuela común

De steltloper met de verhoudingsgewijs langste poten van alle vogels, en een van de meest verbreide watervogels van het gidsgebied. Van de Marokkaanse merja's tot de waterzuiveringen van Riyad en de lagunes van Oman broedt hij overal waar ondiep water staat, ook op kunstmatig water midden in de woestijn.

Steltkluut (Himantopus himantopus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, keffend kek of kjek, vaak in snelle reeks; bij het nest een schril, aanhoudend kiek-kiek-kiek en een hoog, nasaal kriet, waarmee de vogels luid alarmerend boven een indringer hangen.

Luister: VluchtroepXC1177339

Opname: Swann Terrier — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slank en fijn gebouwd met extreem lange, dunne roze tot rode poten, een rechte, naaldfijne zwarte snavel en een klein rond hoofd. De bovenvleugel en rug zijn zwart (bij het mannetje met groene glans, bij het vrouwtje bruiniger zwart), de onderdelen wit. De kop is wisselend getekend: van geheel wit tot met een grijze of zwarte kap en achterhals, vooral bij mannetjes in de zomer. Jonge vogels hebben bruingrijze bovendelen met lichte zomen, een witte achterrand aan de vleugel en doffere, oranjeroze poten. In vlucht: geheel zwarte, spitse vleugels, een witte V op de rug en de poten die ver achter de staart uitsteken.

Verwarrings­soorten

Door de lange roze poten en de zwart-witte tekening nauwelijks te verwarren. De kluut (Recurvirostra avosetta) is groter, heeft een opgewipte snavel, blauwgrijze poten en veel wit in de vleugel. De poelruiter (Tringa stagnatilis) en de tureluur (Tringa totanus) hebben eveneens lange poten, maar zijn grijsbruin getekend en missen het contrast tussen zwarte vleugels en witte onderdelen.

Leefgebied

Ondiep zoet, brak en zout water met kale of laag begroeide oevers: moerassen, overstroomde weiden, rijstvelden, visvijvers, zoutpannen, chotts, kustlagunes en waterzuiveringsvijvers. Profiteert sterk van kunstmatig water in de woestijn, zoals irrigatiebekkens en bezinkvijvers. Broedt in losse kolonies op eilandjes, dijkjes en drooggevallen modder.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt in vrijwel het hele gidsgebied waar geschikt water is. Marokko, Algerije en Tunesië: algemeen in de kustwetlands, chotts en stuwmeren, hier vooral zomergast. Libië en Egypte: verspreid langs de kust, talrijk in de Nijldelta, langs de Nijl en in de Fajoem; in Egypte ook in de winter. In het oosten broedt hij in Israël, Jordanië, Syrië, Libanon en de moerassen van Irak, en in Arabië verspreid in Koeweit, Bahrein, Qatar, de Emiraten, Oman, Saoedi-Arabië (vooral bij waterzuiveringen en irrigatieprojecten) en Jemen; in het zuiden jaarrond aanwezig. Talrijke doortrekker over de Sahara, langs de Nijl en door de Jordaanvallei. Daarbuiten broedt hij in Zuid-Europa, Afrika ten zuiden van de Sahara en van Centraal-Azië tot India; Europese vogels overwinteren in West-Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Egypte zie je hem het hele jaar op de rijstvelden en visvijvers van de Nijldelta en in de Fajoem. In de Golfstaten en Saoedi-Arabië zijn waterzuiveringen en irrigatiebekkens de beste plekken; hij broedt er soms midden in de stad. In april en augustus zijn de visvijvers van de Hulavallei en Bet She'an in Israël goed voor groepen doortrekkers.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en algemeen. In Arabië heeft hij zich sterk uitgebreid dankzij waterzuiveringen, irrigatie en kunstmatige meren. Elders in het gidsgebied lijdt hij onder drooglegging van moerassen, verstoring en wisselende waterstanden, die hele kolonies kunnen laten mislukken; plaatselijk wordt hij bejaagd.

Wetenschappelijke naam

Himantopus himantopus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Charadrius Himantopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Himantopus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Himantopus is Grieks, van himas 'riem, band' en pous 'voet': 'riemvoet', naar de dunne lange poten. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zuid-Europa.