Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Vale gier

Vale gier | Gyps fulvus

Griffon Vulture | Buitre leonado

De vale gier is een enorme, zandbruine gier met een lange, met wit dons bedekte hals, die in groepen urenlang op thermiek boven open land zweeft op zoek naar kadavers. In het gebied is hij als broedvogel sterk achteruitgegaan; elk najaar steken echter duizenden, vooral jonge, Iberische vogels bij de Straat van Gibraltar over naar Marokko.

Vale gier (Gyps fulvus)
Foto: Jakub Hałun — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie en het kadaver vrijwel stil. Bij het voedsel en op de nestrichel een hees sissen, knorren en schor, kakelend gekrijs, ggrrr-kakakak.

Luister: RoepXC977785

Opname: Pere Josa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

95–110 cm, spanwijdte 230–265 cm. De volwassen vogel is warm zandbruin op romp en vleugeldekveren, met contrasterend zwartbruine slagpennen en staart, een witachtige donzige kop en hals, een lichte kraag van dons en een hoornkleurige snavel. De jonge vogel is wat egaler en roodbruiner, met lichte schachtstrepen, een kraag van lange bruine lancetveren en een donkere snavel; pas na vijf à zes jaar volwassen. In vlucht zeer lange, brede vleugels met zeven diep gevingerde handpennen, een korte, iets afgeronde staart en een ingetrokken kop; zweeft met de vleugels in een ondiepe V. Op de ondervleugel steekt een lichtere band over de dekveren af tegen de donkere slagpennen.

Verwarrings­soorten

Rüppells gier (Gyps rueppelli) is wat kleiner en donkerder; de volwassen vogel oogt geschubd door lichte veerzomen en toont smalle witte banden over de ondervleugel, maar jonge vogels lijken sterk op elkaar. De monniksgier (Aegypius monachus) is egaal zwartbruin en zweeft op vlakke vleugels; de oorgier (Torgos tracheliotos) is donker met witte dijen en een kale rode kop. De lammergier (Gypaetus barbatus) heeft smalle vleugels en een lange wigstaart. Op grote afstand kunnen arenden als de steppearend (Aquila nipalensis) verwarring geven, maar die hebben een duidelijk uitstekende kop en een langere staart.

Leefgebied

Broedt in kolonies op richels in hoge rotswanden en kloven in bergland, van zeeniveau tot hoog in de bergen. Foerageert boven open landschap met vee of wild: steppe, hoogvlakten, halfwoestijn en beweid bergland. Doortrekkers en overwinteraars zoeken ook vuilstortplaatsen en slachtafval op.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Algerije nog kolonies in de bergen van het noorden, waar de soort zich op enkele plaatsen goed houdt. In Marokko als broedvogel vrijwel of geheel verdwenen en in Tunesië op hooguit enkele paren in het noordwesten na uitgestorven; in Libië verdwenen. Wel trekken elk najaar duizenden vogels uit Spanje via Jbel Moussa naar Marokko; een deel overwintert daar, andere trekken door naar de Sahel. In Israël een kleine, met uitzettingen ondersteunde stand op de Golan (Gamla), in de Karmel en de Negev. In Jordanië, Libanon, Syrië en het Koerdische noorden van Irak schaars en verspreid. In Saoedi-Arabië broedvogel in de Hejaz en het Asirgebergte, maar sterk afgenomen: bij Tanomah daalde het aantal nesten van 45 in 1999 tot 3 in 2016. Kleine aantallen in de hooglanden van Jemen. In Egypte (vooral de Sinaï), de Golfstaten en Oman een schaarse doortrekker of wintergast. Daarbuiten van Iberië en Zuid-Europa via Turkije en de Kaukasus tot Centraal-Azië en de Himalaya.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in september en oktober naar Jbel Moussa bij Tanger: op dagen met oostenwind komen groepen van honderden vale gieren laag over de Straat binnen. In Israël is Gamla op de Golan de beste plek om de vogels langs de kloofwanden te zien zweven; in Saoedi-Arabië de escarpementen rond Taif en Tanomah.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Europa toenemend, maar in Noord-Afrika en het Midden-Oosten ernstig achteruitgegaan. De belangrijkste oorzaken zijn vergiftigd aas en insecticiden (sprinkhanenbestrijding, bestrijding op stortplaatsen), verstoring van kolonies, elektrocutie aan hoogspanningsmasten en een tekort aan kadavers. In Israël wordt de stand overeind gehouden met fokprogramma's en voederplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Gyps fulvus | (Hablizl, 1783)

Hablizl beschreef de soort in 1783 als Vultur fulvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gyps werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Gyps is het Griekse gups 'gier'. fulvus is Latijn voor 'geelbruin' of 'vaal', naar de kleur van rug en vleugeldekveren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gilan in Iran.