Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Woestijnvalk
Woestijnvalk | Falco concolor
Sooty Falcon | Halcón pizarroso
De woestijnvalk is een slanke, egaal leigrijze valk van woestijnkliffen en eilanden in de Rode Zee en de Perzische Golf. Net als Eleonora's valk broedt hij laat in de zomer, zodat de jongen groot worden op de najaarstrek van zangvogels over de woestijn; vrijwel de hele wereldpopulatie broedt in het gebied en overwintert op Madagaskar.
Geluid
Bij de nestrichel een hoog, schor kie-kie-kie-kie, ijler dan de roep van een slechtvalk, en een aanhoudend alarm als iemand de rotswand nadert. Daarbuiten zwijgzaam.
Opname: uri laor — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
32–37 cm, spanwijdte 78–90 cm. Lang en smal gebouwd, met zeer lange spitse vleugels waarvan de punten in rust tot voorbij het staarteinde reiken, en een middellange staart met iets uitstekende middelste pennen. De volwassen vogel is egaal blauwgrijs, iets donkerder op de handpennen, zonder tekening op de onderdelen en zonder contrast in de ondervleugel; washuid, oogring en poten zijn geel en een vage donkere baardstreep is soms te zien. De jonge vogel is grijsbruin van boven, roomkleurig met donkere strepen van onderen, met een donkere achterrand aan vleugel en staart. De vlucht is licht en zwevend, met lange glijstukken en plotselinge uitvallen.
Verwarringssoorten
De donkere vorm van Eleonora's valk (Falco eleonorae) is roetbruin tot zwart, groter en langer gestaart, met donkere ondervleugeldekveren tegen lichtere slagpennen; de woestijnvalk is van onderen overal even grijs. Het mannetje van de roodpootvalk (Falco vespertinus) is ook leigrijs, maar kleiner, met rode poten en washuid en een roestrode broek. Jonge woestijnvalken lijken op jonge boomvalken (Falco subbuteo), maar die zijn compacter, met een scherp zwart-wit koppatroon. In slecht licht kan ook een donkere lannervalk (Falco biarmicus) verwarring geven, maar die is veel forser.
Leefgebied
Kale woestijnrotsen: kliffen, wadiwanden en rotsheuvels in het binnenland, kale eilandjes in de Rode Zee en de Golf, en steile kustrotsen. Legt zonder nest in een schaduwrijke nis of onder een overhang, op eilanden ook onder stenen of in struiken. Jaagt in de schemering op grote insecten en vleermuizen, en vanaf augustus vooral op trekvogels die de woestijn en de zee oversteken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Egypte op eilanden in de Rode Zee, onder meer bij Hurghada, en in de Oostelijke en Westelijke Woestijn; in het binnenland van Libië in rotsige woestijnen. Een kleine stand in Jordanië, en in Israël als broedvogel vrijwel verdwenen uit de Arava en het Dode Zeegebied. In Arabië op de eilanden van de Rode Zee van Saoedi-Arabië en Jemen, in de woestijnen van Saoedi-Arabië, en verder op de eilanden en kustrotsen van Oman (onder meer de Daymaniyat-eilanden en de kust bij Muscat), de Emiraten, Qatar en Bahrein (Hawar-eilanden); Oman herbergt een belangrijk deel van de wereldstand. Op de trek ook elders in het gebied. Daarbuiten op de eilanden van Eritrea en in Iran en Pakistan; overwintert in Madagaskar en Zuidoost-Afrika.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de nazomer (augustus–september) bij de eilanden voor Muscat of de Daymaniyat-eilanden in Oman, vanaf een boot, of bij de rotskusten van de Rode Zee in Egypte. Ga tegen zonsondergang zitten: dan jaagt hij het actiefst, en tekent het silhouet met de lange, smalle vleugels zich scherp af tegen de lucht.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar, met een wereldstand van naar schatting 2.300–3.200 volwassen vogels en een dalende trend; in 2024 is er een internationaal soortbeschermingsplan voor vastgesteld. Bedreigingen zijn verstoring en bebouwing van kusten en eilanden (toerisme, woningbouw, garnalenkwekerijen), het verlies van leefgebied van zijn prooien, bestrijdingsmiddelen langs de trekroute, diefstal van eieren en jongen, en de lage overleving van jonge vogels.
Wetenschappelijke naam
Falco concolor | Temminck, 1825
Temminck beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. concolor is Latijn voor 'eenkleurig', van con- 'gelijk' en color 'kleur', naar het egale leigrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barqan in de Golf van Akaba.


