Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Amoerroodpootvalk

Amoerroodpootvalk | Falco amurensis

Amur Falcon | Cernícalo del Amur

De amoerroodpootvalk maakt een van de langste trektochten van alle roofvogels: van Oost-Azië via India in één ruk over de Arabische Zee naar Oost- en zuidelijk Afrika. Het gebied ligt net ten westen van die route, zodat hij vooral langs de zuidkust van Arabië opduikt, in kleine aantallen en meestal in de late herfst.

Amoerroodpootvalk (Falco amurensis)
Foto: Sumeet Moghe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In het gebied vrijwel altijd stil. Op slaapplaatsen een hoog, schel kiew-kiew-kiew.

Luister: RoepXC832534

Opname: Martin Billard — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

26–30 cm, spanwijdte 63–71 cm. Slank en langvleugelig, iets kleiner dan een roodpootvalk. Het mannetje is donker leigrijs met een roodbruine broek en onderstaart, oranjerode poten, washuid en oogring, en witte ondervleugeldekveren die in vlucht scherp afsteken tegen de zwartachtige slagpennen. Het vrouwtje heeft een grijze kruin, een korte donkere baardstreep, grijze, donker gebandeerde bovendelen en witte onderdelen met zwarte druppels en pijlvlekken, met een licht oranjebruine broek. De jonge vogel lijkt op het vrouwtje maar is bruiner, met lichte randen boven en streping onder.

Verwarrings­soorten

De roodpootvalk (Falco vespertinus) is het best te onderscheiden aan de geheel donkere ondervleugel van het mannetje en de oranjebruine kruin en ongestreepte oranje onderdelen van het vrouwtje. De boomvalk (Falco subbuteo) heeft een langere baardstreep, gestreepte in plaats van gevlekte onderdelen en geen rode poten. De woestijnvalk (Falco concolor) is groter, egaal grijs zonder witte ondervleugel. Jonge vogels zijn het lastigst en vragen goede foto's van ondervleugel en kop.

Leefgebied

Op de trek open landschap: akkers en irrigatielandbouw, kustvlakten, grasland en doornstruweel, vaak op draden of in bomen bij boerderijen. Jaagt op grote insecten, soms biddend.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Oman een schaarse maar regelmatige doortrekker, vooral langs de kust van Dhofar en het oosten in oktober en november, een enkele keer ook in het voorjaar. In Jemen (Aden en de zuidkust) en op Socotra enkele gevallen in de herfst. Elders in het gebied een zeldzame dwaalgast: een handvol waarnemingen in de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Israël, en in Koeweit twee gevallen sinds de eerste in mei 2010. Uit Noord-Afrika niet met zekerheid bekend. Broedt in Zuidoost-Siberië, Noordoost-China en Korea en overwintert in Oost- en zuidelijk Afrika.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in november in Dhofar of op Masirah: kijk bij landbouwvelden en draden langs de kust naar kleine valken. Een mannetje met witte ondervleugel is onmiskenbaar; een vrouwtje of jonge vogel vraagt een goede blik op kruin en onderdelen om een roodpootvalk uit te sluiten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een zeer grote wereldpopulatie. Op de trek werden in Nagaland (Noordoost-India) tot rond 2012 jaarlijks tienduizenden gevangen; dankzij lokale beschermingsprogramma's is dat sterk teruggedrongen. In het gebied een schaarse doortrekker, vooral in Oman, zonder specifieke bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Falco amurensis | Radde, 1863

Radde beschreef de soort in 1863 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. amurensis verwijst naar de Amoer, de rivier op de grens van Rusland en China waar de soort broedt en de typelocatie ligt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zejarivier, Amoergebied, Rusland.