Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Zomertortel

Zomertortel | Streptopelia turtur

European Turtle Dove | Tórtola europea

De enige echte trekduif van de regio: broedvogel van olijfgaarden, oases en struwelen van Marokko tot Irak, en op trek in massa's over de Sahara en de Sinaï. Tegelijk een soort in zware nood, die in het gidsgebied op grote schaal wordt bejaagd.

Zomertortel (Streptopelia turtur)
Foto: Stephan Sprinz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, aanhoudend spinnend toerrr-toerrr, meestal in reeksen van drie tot vijf, met een slaperig, zoemend timbre. Te horen van april tot in juli, vooral na zonsopgang en in het laatste licht.

Luister: ZangXC1177794

Opname: Tony Rinaud — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Kleine, slanke duif met oranjebruine, zwart geschubde bovenvleugeldekveren, een blauwgrijze kop en een roze borst. Op de zijhals een pakketje zwarte streepjes op wit. De donkere staart heeft een brede witte eindrand, opvallend zodra de vogel wegvliegt. De vlucht is snel en wendbaar, met scherp geknikte vleugels. De Egyptische en oostelijke vormen (rufescens en arenicola) zijn bleker en warmer zandkleurig. Juvenielen zijn doffer en missen de halsstreepjes.

Verwarrings­soorten

De oosterse tortel (Streptopelia orientalis) is groter en donkerder, met een grijze in plaats van witte staartrand, een grijzere stuit en blauwgrijze in plaats van witte streepjes op de hals. De turkse tortel (Streptopelia decaocto) is groter, bleker en egaal, met een zwarte nekband. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) mist de geschubde vleugel en heeft een gevlekt borstschild.

Leefgebied

Olijfgaarden, boomgaarden, palmentuinen en oases, maquis, tamariskstruwelen langs wadi's en rivieren, en de randen van irrigatielandbouw. Heeft dichte bomen of struiken nodig om te nestelen, onkruidzaden op de grond en water in de buurt. Op trek ook in open woestijn, waar hij bij oases en waterputten rust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedvogel in Marokko (van de kust en de Atlas tot de oases ten zuiden ervan), het noorden van Algerije en Tunesië en de Saharaoases daarachter, Noordwest-Libië en Cyrenaica, en in Egypte langs de Nijl, in de delta, de Fayoum en de westelijke oases. In het oosten in Israël, Samaria en Judea, Jordanië, Libanon, Syrië en Irak. Op het Arabisch schiereiland vooral doortrekker, met verspreide broedgevallen in het noorden. Op trek over de hele Sahara, de Sinaï en het westen van Arabië. Broedt verder in bijna heel Europa en tot in Centraal-Azië; overwintert in de Sahel van Senegal tot Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in april en mei bij de oases van Zuid-Marokko, de Egyptische woestijn of Eilat naar vermoeide trekkers die neerstrijken bij water. In de broedtijd verraadt het spinnende gekoer hem in olijfgaarden vroeg in de ochtend.

Staat van instandhouding

Wereldwijd kwetsbaar (IUCN: Vulnerable). Sterk achteruit in het hele verspreidingsgebied. Op de trekroute door het gidsgebied wordt hij op grote schaal geschoten en met netten gevangen, met name langs de Egyptische Middellandse Zeekust, in Libanon en Syrië, en in de Maghreb, waar ook legale jacht in de zomer plaatsvindt. Daarbij komen het verlies van struwelen en onkruidzaden in de landbouw en droogte in de Sahel.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia turtur | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba Turtur; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. turtur is het Latijnse woord voor tortelduif, een klanknabootsing van het spinnende gekoer. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.