Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Zwarte reiger

Zwarte reiger | Egretta ardesiaca

Black Heron | Garceta azabache

Een middelgrote, geheel leigrijze tot zwarte reiger uit Afrika ten zuiden van de Sahara, bekend om het paraplu-vissen, waarbij hij zijn vleugels als een scherm boven zijn kop vouwt. In het gidsgebied is hij een zeldzame dwaalgast in het zuiden van Arabië.

Zwarte reiger (Egretta ardesiaca)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil; bij ruzies en in de kolonie een laag, schor kraak.

Luister: RoepXC973475

Opname: Julien Birard — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slank en geheel donker leigrijs, bijna zwart, met een korte nekkuif van lange pluimen en in de broedtijd lange, losse veren op rug en borst. Snavel en poten zwart, met opvallend gele tot oranjegele tenen. Jonge vogels zijn doffer grijsbruin zonder pluimen. Het meest kenmerkend is het gedrag: bij het vissen spreidt hij beide vleugels naar voren tot een gesloten koepel boven zijn kop en tuurt in de schaduw naar het water.

Verwarrings­soorten

De donkere vorm van de westelijke rifreiger (Egretta gularis), in Arabië algemeen, is groter en grijzer, met een langere, dikkere bruingele snavel, meestal een witte keel en geen paraplu-gedrag. De zeldzame donkere vorm van de kleine zilverreiger (Egretta garzetta) heeft een langere, slankere hals en jaagt niet onder een vleugelkoepel. De roodkeelreiger (Egretta vinaceigula) van zuidelijk Afrika, buiten het gebied, heeft een roodbruine keel en gele poten.

Leefgebied

Ondiepe zoete en brakke wateren met open randen: kustlagunes, overstroomde vlakten, oevers van stuwmeren en rijstvelden. In Dhofar op de khawrs (afgesloten kustlagunes) met riet en open, ondiep water; bij Jizan aan een stuwmeer en in een moerasje aan de kust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Een dwaalgast. In Oman de eerste in 1994 op Khawr Rawri bij Taqah; later onder meer op Khawr Baqlah (2019) en vanaf 2025 een langdurig verblijvende vogel op Khawr al Mughsayl ten westen van Salalah. In Saoedi-Arabië waarnemingen bij Jizan in 2022 en bij het stuwmeer van Wadi Jizan in 2024. Uit Bahrein is een melding uit december 2023 (Sitra); zo ver noordelijk is herkomst uit gevangenschap niet uit te sluiten. In Jemen, waar de soort vanuit de Hoorn van Afrika te verwachten is, zijn geen gedocumenteerde gevallen bekend. Daarbuiten wijdverbreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal, Soedan en Ethiopië tot Zuid-Afrika, en op Madagaskar.

Hoe en wanneer kijken

Bekijk elke donkere reiger in Dhofar of rond Jizan goed: let op de gele tenen, de zwarte snavel en het vissen onder een vleugelkoepel. De khawrs rond Salalah worden 's winters veel bezocht en zijn de beste plek om de soort te treffen; waarnemingen horen bij het Omaanse vogelcomité te worden ingediend.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een groot verspreidingsgebied in Afrika. In het gidsgebied een dwaalgast waarvan het aantal waarnemingen de laatste jaren toeneemt, mogelijk mede doordat Dhofar en Jizan beter worden bezocht.

Wetenschappelijke naam

Egretta ardesiaca | (Wagler, 1827)

Wagler beschreef de soort in 1827 als Ardea ardesiaca; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. ardesiaca is modern Latijn voor 'leikleurig' — naar het egaal leigrijze tot zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegambia.