Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Zwarte roodborsttapuit

Zwarte roodborsttapuit | Saxicola caprata

Pied Bush Chat | Tarabilla pía

De zwarte roodborsttapuit is een Aziatische verwant van de roodborsttapuit, die van Iran en Centraal-Azië tot de Filipijnen en Nieuw-Guinea voorkomt. De dichtstbijzijnde broedvogels, van de vorm rossorum, zitten in Oost-Iran en Afghanistan en trekken in de winter naar Pakistan en India. In het gidsgebied is hij een zeldzame dwaalgast, die vooral in het oosten en langs de Rode Zee is gezien.

Zwarte roodborsttapuit (Saxicola caprata)
Foto: PJeganathan — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een droog tsjek-tsjek en een fluitend tsjuu. De zang is een korte, vrolijke en snelle strofe van fluittonen, tsjip-tsjepie-tsjuwiet, vaak vanaf een hoge stengel.

Luister: ZangXC1176176

Opname: Dipendra Maharshi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Een compacte, rechtop zittende roodborsttapuit. Het mannetje is geheel glanzend zwart met een witte vleugelstreep op de binnenste dekveren, een witte stuit en witte onderstaartdekveren; in vlucht valt het wit van vleugel en stuit sterk op. In vers najaarskleed geven bruine veerzomen het zwart een geschubde, roetbruine waas. Het vrouwtje is egaal donker grijsbruin, vaag gestreept op de bovendelen, met een roestbruine stuit en een warm getinte buik; ze mist een duidelijke wenkbrauwstreep en een witte vleugelvlek. Jonge vogels zijn gevlekt bruin.

Verwarrings­soorten

Het mannetje is met zijn geheel zwarte kop, rug en borst niet te verwarren met de roodborsttapuit (Saxicola rubicola) of de Aziatische roodborsttapuit (Saxicola maurus), die een oranje borst en witte halsvlek hebben. Zwarte tapuiten, zoals de rouwtapuit (Oenanthe lugens) en de witkruintapuit (Oenanthe leucopyga), zijn groter en langpootiger, hebben veel wit in de staart en zitten op de grond of rotsen, niet op stengels. Het vrouwtje lijkt op een vrouwtje Aziatische roodborsttapuit, maar is donkerder en egaler, zonder lichte wenkbrauwstreep en zonder witte halsvlek.

Leefgebied

Buiten het gidsgebied open terrein met struiken, hoge grassen en rietkragen, akkerranden en irrigatiegebied. Dwaalgasten zijn in het gebied vooral gevonden in vochtige, begroeide plekken: rietkragen, akkers, parken en kustoases.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied een dwaalgast. In Israël waren er tot 2006 zes gevallen; Egypte had zijn eerste geval in oktober 2006 bij El Gouna aan de Rode Zee. In Koeweit is hij een paar keer gezien (de tweede in mei 2018), en ook uit de Emiraten, Oman en Saoedi-Arabië zijn enkele gevallen bekend. Zijn status in Irak, dat dicht bij het broedgebied in Iran ligt, is onduidelijk. Daarbuiten broedt de soort van Oost-Iran, Turkmenistan en Afghanistan door Pakistan en India tot Zuidoost-Azië, de Filipijnen en Nieuw-Guinea.

Hoe en wanneer kijken

Let in het voorjaar in Koeweit, Oost-Saoedi-Arabië en de Emiraten op elke geheel donkere roodborsttapuit in rietkragen en akkers. Een gefotografeerde vogel is gewenst: de nationale zeldzaamhedencommissies willen zo'n waarneming beoordelen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Zuid-Azië een algemene vogel. In het gidsgebied alleen als zeldzame dwaalgast bekend.

Wetenschappelijke naam

Saxicola caprata | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Motacilla Caprata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Saxicola werd in 1802 ingevoerd door Bechstein. Saxicola is Latijn, van saxum 'steen, rots' en -cola 'bewoner', bij colere 'bewonen': 'rotsbewoner', naar de open steenachtige terreinen waar deze vogels zich ophouden. caprata is van onzekere herkomst; het kan Laatlatijn zijn voor 'van de geit', bij caper 'bok', maar waar dat op zou doelen, is onduidelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Luzon in de Filipijnen.