Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Ekstertapuit
Ekstertapuit | Oenanthe picata
Variable Wheatear | Collalba variable
De ekstertapuit is een zwart-witte tapuit van de bergen van Iran, Afghanistan en Centraal-Azië, die in de winter tot in Pakistan en Noordwest-India trekt. In het gidsgebied is hij een zeldzame verschijning, vooral in het noorden van Oman en de Verenigde Arabische Emiraten.
Geluid
In de winter meestal stil. De roep is een hard tsjek en een fluitend wiet; de zang, in het broedgebied, is een korte, heldere fluitende strofe met nabootsingen.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14,5–15,5 cm. Een middelgrote tapuit met een vrij lange staart. Het mannetje komt in drie vormen voor: geheel zwart met een witte stuit, onderstaartdekveren en staartbasis (opistholeuca); zwart met een witte buik (picata); of zwart met een witte buik en een witte kruin en nek (capistrata). Bij alle vormen is het zwart dof en de staart wit met een brede, rechte zwarte eindband en een zwart midden. Het vrouwtje is roetbruin tot grijsbruin, met dezelfde staarttekening en bij de lichte vormen een bleker beige buik.
Verwarringssoorten
Humes tapuit (Oenanthe albonigra), standvogel in het Hadjargebergte, lijkt sterk op de witbuikige vorm maar is groter, met een grotere kop, glanzender zwart en een scherpe grens tussen zwarte borst en witte buik; de geslachten zijn gelijk. De rouwtapuit (Oenanthe lugens) heeft witte vlakken in de vleugel en een beige onderstaart. Het mannetje van de monnikstapuit (Oenanthe monacha) heeft een vrijwel geheel witte staart. De witkruintapuit (Oenanthe leucopyga) heeft een witte staart met alleen zwarte middenveren en vlekjes.
Leefgebied
In de winter in stenige vlakten, droge wadi's en op hellingen aan de voet van rotsige bergen, ook bij boerderijen, plantages en dorpsranden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Zeldzame wintergast en dwaalgast in het noorden van Oman en de Verenigde Arabische Emiraten, met een klein aantal waarnemingen, vooral aan de voet van het Hadjargebergte; in Koeweit vier gevallen tot en met 2026. Elders in het gebied niet met zekerheid vastgesteld. Daarbuiten broedvogel van het oosten en noordoosten van Iran tot Turkmenistan, de Pamir en Pakistan; overwintert in Pakistan en Noordwest-India.
Hoe en wanneer kijken
Een kans maak je in de winter aan de voet van de bergen in de Emiraten of Noord-Oman; controleer daar elke zwart-witte tapuit die geen Humes tapuit blijkt te zijn.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een dwaalgast; de soort komt hier van nature voor als zeldzame wintergast vanuit Iran, niet als broedvogel.
Wetenschappelijke naam
Oenanthe picata | (Blyth, 1847)
Blyth beschreef de soort in 1847 als Saxicola picata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oenanthe werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Oenanthe gebruikte Aristoteles voor een vogel die niet meer thuis te brengen is; het woord komt van het Griekse oinos, oinoē 'wijn, wijnstok' en anthos 'bloem, bloei'. picata is Latijn voor 'met pek besmeurd', van pix 'pek', naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sindh in Pakistan.


