Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Zwartstaart
Zwartstaart | Oenanthe melanura
Blackstart | Colinegro común
De zwartstaart is een kleine, onopvallend grijze vogel van rotsige woestijnkloven, die zich verraadt door steeds zijn geheel zwarte staart te spreiden. Hij is een standvogel van de woestijnbergen van Egypte, de Levant en Arabië.
Geluid
De zang is een heldere, wat weemoedige fluitstrofe van een paar korte, herhaalde noten met pauzes, bijvoorbeeld tsjiet-tsjoe, tsjiet-tsjoe, vaak vanaf een rotsblok of acaciatop. Brokjes van de zang dienen ook als roep; verder een zacht tsjak.
Opname: Sven Normant — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm. Slank en rechtop, met een fijne zwarte snavel en zwarte poten. Het hele lijf is egaal grijs: van boven asgrijs, van onderen bleker grijs tot vuilwit op de buik. Vleugels donker grijsbruin. Stuit en staart geheel zwart, zonder enig wit. Typisch is het gedrag: na het landen spreidt hij de staart als een waaier en laat hij de vleugels zakken, telkens opnieuw. Geslachten gelijk. De vorm neumanni in het zuidwesten van Arabië en Oman is warmer en bruiner grijs.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) heeft een roestrode staart en stuit. De kleine rotslijster (Monticola rufocinereus) in het hoogland van Asir en Jemen is groter, met een oranjerode buik en roestrode staartzijden. Jonge witkruintapuiten (Oenanthe leucopyga) en rouwtapuiten (Oenanthe lugens) hebben een witte stuit.
Leefgebied
Rotsige wadi's, kloven en berghellingen in de woestijn met verspreide acacia's en struiken, tot in het hooggebergte van Asir en Jemen; ook bij bronnen en oases in rotsig terrein. Weinig schuw.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Algemeen in de Oostelijke Woestijn van Egypte, de bergen langs de Rode Zee tot Gebel Elba en in de Sinaï; in Israël in de Negev, de Arava en rond de Dode Zee, schaarser noordelijk in de Jordaanvallei; in Jordanië in het westen, van de Jordaanvallei en de Dode Zee tot de Arava en de bergen bij Akaba. In Saoedi-Arabië in de Hidjaz en Asir en in rotsige delen van het centrale plateau; verder in Jemen en Oman (vooral Dhofar). In het zuidoosten van Algerije en het zuiden van Libië slecht bekend en hooguit zeer plaatselijk aan de rand van de Sahelbergen. Daarbuiten in de Sahel en de Hoorn van Afrika, van Mali tot Somalië.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de kloven van Ein Gedi, Petra of Wadi Rum en bij Sharm el-Sheikh: hij laat mensen dichtbij komen. Kijk naar een kleine grijze vogel die bij elke landing de zwarte staart uitwaaiert.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in de meeste rotsige woestijnen van het gebied algemeen; profiteert soms van irrigatie en tuinen in toeristenoorden.
Wetenschappelijke naam
Oenanthe melanura | (Temminck, 1824)
Temminck beschreef de soort in 1824 als Saxicola melanura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oenanthe werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Oenanthe gebruikte Aristoteles voor een vogel die niet meer thuis te brengen is; het woord komt van het Griekse oinos, oinoē 'wijn, wijnstok' en anthos 'bloem, bloei'. melanura gaat terug op het klassiek-Griekse melanouros 'met zwarte staart', van melas 'zwart' en oura 'staart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Sinaï-schiereiland.


