Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Gierzwaluw

Gierzwaluw | Apus apus

Common Swift | Vencejo Común

De gierzwaluw is een Europese en Aziatische broedvogel die de noordelijke winter in Afrika doorbrengt. In zuidelijk Afrika is hij een talrijke, maar vaak hoog en ver vliegende zomergast die in grote zwermen met regenfronten over het land trekt.

Gierzwaluw (Apus apus)
Foto: Imran Shah from Islamabad, Pakistan — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het bekende hoge srieeeh van de broedgebieden wordt in Afrika maar weinig gehoord; zwermen zijn in het overwinteringsgebied meestal stil.

Luister: VluchtroepXC1180715

Opname: Meena Haribal — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm, spanwijdte 38–42 cm. Egaal donker zwartbruin, met een duidelijke vuilwitte keelvlek; van dichtbij zijn lichte randjes op de buik te zien. De bovenvleugel is vrij egaal, hooguit met iets lichtere armpennen dan de rug. De vleugels zijn lang en sikkelvormig, de staart is matig diep gevorkt. De seksen zijn gelijk; eerstejaars hebben een grotere witte keel en lichte randen aan voorhoofd en vleugeldekveren. Vliegt snel met stijve slagen en lange glijvluchten, in het gebied meestal hoog.

Verwarrings­soorten

De Kaapse gierzwaluw Apus barbatus is iets groter en zwarter, met van boven een duidelijk licht vlak in de binnenvleugel tegen de zwarte rug. De Damaragierzwaluw Apus bradfieldi is bleker en grijsbruiner met een geschubde onderzijde. De pijlstaartgierzwaluw Apus caffer en de Horusgierzwaluw Apus horus hebben een witte stuit. In het veld is het onderscheid met de Kaapse gierzwaluw vaak lastig; seizoen en zwermgrootte helpen.

Leefgebied

Boven vrijwel elk landschap, van savanne, bosveld en grasland tot halfwoestijn en steden; vooral waar regen valt en insecten zwermen. Brengt de nacht vliegend door op grote hoogte. Grote zwermen verplaatsen zich met de regenfronten en jagen voor onweersbuien op termietenvluchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Van oktober tot maart over bijna het hele gebied, het talrijkst in het noorden en oosten: Angola, Zambia, Malawi, Zimbabwe, Mozambique, Botswana, Namibië en het noorden en oosten van Zuid-Afrika; schaars in het westen van de Kaap. Broedt van Europa en Noord-Afrika tot Centraal-Azië en China en overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let op hoge zwermen van tientallen tot duizenden vogels voor en achter een onweersbui in de zomermaanden; vooral in december en januari in het noorden van het gebied. Kijk bij gemengde groepen naar het contrast in de bovenvleugel om de Kaapse gierzwaluw eruit te halen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een zeer grote wereldpopulatie, al nemen de aantallen in Europa af door het verdwijnen van nestgelegenheid in gebouwen en de achteruitgang van insecten. In het overwinteringsgebied zijn geen specifieke bedreigingen bekend.

Wetenschappelijke naam

Apus apus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Hirundo Apus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Apus werd in 1777 ingevoerd door Scopoli. Apus is Latijn voor 'gierzwaluw', van Grieks a- 'zonder' en pous 'voet': de ouden hielden de vogel voor een zwaluw zonder poten. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.