De leefgebieden van zuidelijk Afrika
Elke soort in deze gids is gekoppeld aan de leefgebieden waar hij in zuidelijk Afrika het meest voorkomt, ingedeeld op het macrogroep-niveau van de International Vegetation Classification (IVC), zoals in kaart gebracht voor Afrika door Sayre e.a. (2013). Die kent tien hoofdgroepen, van zee tot bebouwing, en daaronder een reeks specifiekere formaties — van doornsavanne tot miombo tot fynbos. Per vogel staan hooguit drie van die formaties: niet alles waar hij ooit is gezien, maar waar hij werkelijk thuishoort.
Klik op een leefgebied voor de beschrijving.
Woud en bos A
Gesloten bos komt in dit gebied maar op een klein deel van het oppervlak voor, verspreid als eilanden binnen savanne en grasland: bergbos tegen de hellingen van het binnenland, smalle kustbossen langs de Indische Oceaan, en lintvormig rivierbos langs permanente waterlopen. De soortenrijkdom per oppervlakte-eenheid ligt er hoger dan in de omringende open vegetatie, en een aantal vogels komt vrijwel uitsluitend in deze eilanden voor.
-
Afromontaan bos A1
View over indigenous forests of Devils Peak. Cape Town.
143 soorten
Vochtig, soortenrijk bos op de hellingen van het binnenlandse hoogland en de bergketens, van de Kaapse geelhoutbossen tot de nevelbossen van de oostelijke bergketens (IVC: Southern/Northern Afrotemperate Forest, Southern/Northern Mistbelt Forest). Een aantal vogels — waaronder enkele papegaaien en toerako's — is voor voortbestaan afhankelijk van deze verspreide, vaak sterk gefragmenteerde bosresten.
-
Subtropisch laagland- en kustbos A2
Dlinza Forest, Eshowe, KwaZulu-Natal, SOUTH AFRICA
237 soorten
Warm, vochtig laaglandbos langs de kust van de Indische Oceaan en in de lager gelegen delen van Zimbabwe en Malawi, met een eigen boomflora die van het hoger gelegen bergbos verschilt (IVC: Zimbabwean-Malawian Subtropical Forest, Southern Indian Ocean Coastal Forest, Maputaland Sand Forest). Sterk versnipperd door houtkap en landbouw, en daardoor voor enkele soorten een van de meest bedreigde leefgebieden van het gebied.
-
Rivier- en oeverbos A3
Looking downstream on the Blyde River, flanked by Matumi trees. On its left flank is Tshwateng peak, part of the Mogologolo massif. The viewpoint is near Swadeni resort in the Blyde River Canyon Natur
295 soorten
Lintvormig bos langs permanente rivieren en droge rivierbeddingen, met hoge bomen die water blijven bereiken ook wanneer de omringende savanne verdroogt (IVC: Southern African Riparian Phreatophyte Vegetation). Dit smalle leefgebied levert de grootste bomen en de dichtste beschutting van elke open savanne, en is voor een aantal grotere roofvogels en uilen onmisbaar als nestplaats.
Savanne en bosveld B
De dominante begroeiing van het gebied: een grasachtige of struikachtige ondergroei met een verspreide tot bijna-gesloten laag bomen. De IVC-indeling onderscheidt binnen deze ene brede categorie een reeks eigen macrogroepen — van doornveld tot miombo tot mopane — die elk een eigen vogelgemeenschap dragen; zie de formaties hieronder. Savanne en bosveld beslaan verreweg het grootste deel van Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana en het noorden van Namibië en Zuid-Afrika.
-
Acaciasavanne en doornveld B1
Acacia savanna south of Fada N'Gourma, Burkina Faso.
209 soorten
Struikige tot open doornsavanne op de drogere, kalkrijke bodems van het zuiden en westen van het gebied, gedomineerd door soorten van het geslacht Vachellia (voorheen Acacia) (IVC: Dry Acacia Woodland & Savanna, Dry Acacia-Terminalia-Combretum Woodland & Savanna). Het meest verspreide en soortenrijke savannetype voor vogels van dit gebied, van kleine zangvogels tot arenden.
-
Kalahari-doornveld B2
Road C14, Kalahari, Namibia
86 soorten
Open doornsavanne op de roodbruine duinen en vlaktes van de Kalahari, met de kameeldoorn (Vachellia erioloba) als kenmerkende, verspreid staande boom (IVC: Kalahari Camel Thorn Woodland & Savanna, Southern Kalahari Dunefield Woodland & Savanna). De schaarse grote bomen dragen hier onevenredig veel nesten — van wevers tot roofvogels — in een verder boomarm landschap.
-
Miombo B3
Nkhotakota Game Reserve, Malawi
171 soorten
Bijna-gesloten loofbossavanne op voedselarme bodem, gedomineerd door bomen van het geslacht Brachystegia (IVC: Wet Miombo, Dry Miombo). Het overheersende landschap van Angola, Zambia, Malawi en delen van Mozambique, met een eigen, deels endemische vogelgemeenschap die niet in de doornsavanne verder zuidwaarts voorkomt.
-
Mopaneveld B4
Mopane forest in autumn colours, Lilongwe, Malawi
71 soorten
Vaak vrijwel eensoortig bosveld van Colophospermum mopane, op de warmere, lager gelegen bodems van het noorden van het gebied (IVC: Limpopo Mopane, Zambezi Mopane, Namibia-Angola Mopane). Voor een aantal soorten — waaronder holenbroeders die afhankelijk zijn van door olifanten beschadigde mopanebomen — het enige leefgebied binnen dit gebied.
-
Gemengd bosveld B5
Maleme Dam from the southeast, Matobo National Park, Zimbabwe
217 soorten
Gemengde, breedbladige bossavanne die niet door één boomgeslacht wordt gedomineerd, van de Combretum-Terminalia-bossen van het middengebied tot het Baikiaea-bosveld van westelijk Zimbabwe, Botswana en zuidwestelijk Zambia (IVC: Southern African Broadleaf Savanna, Dry Combretum-Mixed Woodland & Savanna, Baikiaea Woodland & Savanna). Overgangslandschap tussen doornveld, miombo en mopane, met een navenant gemengde vogelgemeenschap.
Fynbos en renosterveld C
Een struikvegetatie die vrijwel uitsluitend in het zuidwesten van Zuid-Afrika voorkomt, op de nutriëntenarme bodems van het Kaapse Florarijk — het kleinste van de zes plantenrijken ter wereld en tegelijk een van de soortenrijkste per oppervlakte-eenheid. Voor vogels is dit gebied van belang vanwege een reeks soorten die nergens anders ter wereld voorkomt.
-
Fynbos C1
Fynbos near Franschhoek
41 soorten
Naaldachtige, harde-blad-vegetatie op de nutriëntenarme zandsteenbodems van de Kaapse bergketens en kustvlakte, gekenmerkt door restio's, erica's en protea's. Voor vogels het leefgebied van een klein aantal endemische nectarvogels en zaadeters die direct van de bloei van deze planten afhangen.
-
Renosterveld C2
Fynbos near Franschhoek
14 soorten
Struikvegetatie op de voedselrijkere leisteenbodems van het Kaapse binnenland, van nature grazig-struikig van karakter en zwaar aangetast door omzetting naar akkerland — minder dan een derde van het oorspronkelijke oppervlak resteert. Een aantal soorten die hier ooit algemeen waren, is inmiddels sterk afhankelijk van de laatste, versnipperde restanten.
-
Strandveld en kustfynbos C3
Seeberg Point of View, West Coast National Park, Western Cape, SOUTH AFRICA
6 soorten
Lage, dichte struikvegetatie direct langs de kust van de Kaapprovincie, op kalkrijke duinzanden, en het aangrenzende dichte kustbosje (IVC: Strandveld, Cape Thicket). Overgangszone tussen fynbos en de zee, met een vogelgemeenschap die elementen van beide leefgebieden mengt.
Grasland D
Open, boomloze tot vrijwel boomloze vegetatie op de hoger gelegen binnenlandse plateaus, met een grasachtige ondergrond die door vorst, droogte en regelmatige natuurlijke of aangestoken brand boomgroei tegenhoudt. Grasland is het leefgebied van een aantal van de meest bedreigde vogels van het gebied, omdat het zich goed leent voor omzetting naar akker- en weiland.
-
Hoogveld-grasland D1
Bo-op Elandskop, 1 763 m, net buite Petrus Steyn / Mamafubedu, Vrystaat, Suid-Afrika
140 soorten
Grasland op de binnenlandse plateaus van 1200 tot 1800 meter hoogte, van het vochtigere oostelijke hoogveld tot het drogere westelijke hoogveld (IVC: Dry Highveld Grassland, Moist Highveld Grassland, Sub-Escarpment Grassland). Het meest omgezette leefgebied van het gebied: het overgrote deel is inmiddels akker- of weiland, met navenante gevolgen voor de graslandvogels die er nog van afhankelijk zijn.
-
Drakensberg- en montaan grasland D2
Monks Cowl
92 soorten
Grasland boven de 1800 meter op de hellingen en plateaus van het Drakensbergmassief en de overige binnenlandse bergketens, overgaand in alpiene mosveen boven de boomgrens (IVC: Drakensberg Grassland, Southern Afromontane Grassland, African Subalpine Grassland & Moorland). Kouder en met een kortere zomer dan het lager gelegen hoogveldgrasland, met een aantal soorten die uitsluitend op deze hoogte voorkomen.
Karoo en woestijn E
Droge tot zeer droge struikvegetatie en kaal terrein in het regenschaduwgebied ten westen van de binnenlandse bergketens, van de halfwoestijn van de Nama-Karoo tot de ware woestijn van de Namib. Vegetatie en fauna zijn hier aangepast aan onvoorspelbare, schaarse neerslag, en vogeldichtheden zijn er doorgaans laag maar de soorten sterk aan dit milieu gebonden.
-
Nama-Karoo E1
Landscape Anysberg Nature Reserve , Kannaland Local Municipality, Western Cape, South Africa
86 soorten
Struikvegetatie en open grasland op de leisteen- en dolerietbodems tussen de Kaapse bergketens en de Oranjerivier, met een grotere, meer verspreide plantengroei dan de aangrenzende sukkulente Karoo (IVC: Upper Karoo Semi-Desert Scrub & Grassland, Lower Karoo Semi-Desert Scrub & Grassland, Bushmanland Semi-Desert Scrub & Grassland). Grootste halfwoestijn van het gebied, met lage maar sterk seizoensgebonden vogeldichtheden.
-
Sukkulente Karoo E2
Vue de Northern Cape en Afrique du Sud.
25 soorten
Laagblijvende, uiterst soortenrijke sukkulentenvegetatie langs de westkust en het noordwesten van Zuid-Afrika, geconcentreerd op de winterregenzone (IVC: Richtersveld, Namaqualand Hardeveld, Namaqualand Sandveld, Knersvlakte, Trans-Escarpment Succulent Karoo). Wereldwijd het soortenrijkste sukkulentengebied buiten de tropen, met een beperkt maar er sterk aan gebonden vogelbestand.
-
Namibwoestijn E3
Sand dunes in Namib Desert , Namibia
11 soorten
De oudste woestijn ter wereld, van de kale duinzee in het zuiden tot de rotswoestijn en de mistgebonden vegetatie van het noorden (IVC: Namib Sand Sea, Northern/Southern Namib Desert, Kaokoveld Semi-Desert Scrub). Vogeldichtheden zijn hier het laagst van het gehele gebied, maar een aantal soorten is uitsluitend aan deze extreme droogte aangepast en komt nergens anders voor.
Rotsachtig terrein F
Kale tot spaarzaam begroeide rotsbodem, van laaggelegen kopjes tot hooggebergte, en de kustklippen waar rots in plaats van strand de grens met de zee vormt. Rotsformaties bieden nestgelegenheid en uitkijkpunten die in de omringende, meer open of juist dichter begroeide vegetatie ontbreken.
-
Bergen en rotsformaties F1
75 soorten
Kale tot spaarzaam begroeide rotsformaties in het binnenland, van geïsoleerde kopjes in de savanne tot de hoge bergketens van de Kaap, de Drakensberg en Namibië (IVC: Southern African Temperate Inselberg Vegetation, Zimbabwean Inselberg Vegetation, Namibian Inselberg Vegetation). Bieden nestgelegenheid op klippen en spleten die in het omringende, vlakkere landschap ontbreken.
-
Kustrotsen en eilanden F2
Steep sea cliffs of the Cape Peninsula dropping to the Atlantic Ocean, with a small building visible on the headland above.
48 soorten
Rotsige kustlijn en de eilanden voor de kust van het gebied, van de guano-eilanden van de Benguelastroom tot losse rotsformaties langs de Indische Oceaan. Buiten het bereik van de vegetatie-indeling van de IVC, maar voor een aantal broedende zeevogels het enige geschikte broedgebied van dit gebied.
Binnenwater en moeras G
Permanent of seizoensgebonden zoet tot brak water in het binnenland: rivieren, meren, dammen, moerassen en pannen. In een overwegend droog gebied vormt binnenwater een onevenredig belangrijk leefgebied, met dichtheden en soortenaantallen die ver boven het omringende droge land uitstijgen.
-
Rivieren, moerassen en vleien G1
Aerial Okavango Delta
274 soorten
Permanent water en de moerassen daarlangs: rivieren, meanderende oeverzones en de uitgestrekte binnenlandse delta's zoals de Okavango (IVC: African Temperate Freshwater Marsh, Okavango-Cuvelai Phreatophyte Vegetation, Karoo Flooded Riparian Woodland). In een overwegend droog gebied vormen deze zones een onevenredig belangrijk leefgebied, met dichtheden en soortenaantallen die ver boven het omringende droge land uitstijgen.
-
Zoutpannen G2
A Gemsbok or Southern oryx on Fisher's Pan in eastern Etosha National Park, Namibia
25 soorten
Seizoensgebonden, alkalische pannen die na regen tijdelijk vollopen, van de reusachtige Etoshapan tot de talrijke kleinere zoutpannen van de Kalahari en het binnenlandse hoogveld (IVC: Etosha Salt Pan, Kalahari Salt Pan, Bushmanland-Highveld Salt Pan, Lowveld-Limpopo Salt Pan). Trekken bij overstroming grote aantallen watervogels aan, waaronder de enige broedgelegenheid voor flamingo's in dit gebied.
Zee en kust H
De Atlantische en Indische Oceaan langs de kust van het gebied, van de koude, voedselrijke Benguelastroom in het westen tot de warmere wateren van het oosten. Voor broedende zeevogels is de kust van dit gebied vooral van belang vanwege de eilanden die er voor liggen (zie Kustrotsen en eilanden).
-
Open zee H1
Cape of Good Hope and Dias Beach on the south-westerly tip of Africa some 50 km south of Cape Town which was originally named the "Cape of Storms" by the Portuguese explorer Bartolomeu Dias . Nominall
103 soorten
De open Atlantische en Indische Oceaan langs de kust van het gebied, van de koude, voedselrijke Benguelastroom in het westen tot de warmere wateren van het oosten. Buiten het bereik van de vegetatie-indeling van de IVC.
-
Mangrove en kustmoeras H2
uMthoma Aerial Boardwalk, Western Shores, iSimangaliso Wetland Park, St Lucia, KwaZulu-Natal, SOUTH AFRICA
86 soorten
Mangrovebos en de aangrenzende kustmoerassen langs de warmere, beschutte delen van de Indische Oceaankust, met een geleidelijke overgang naar zoutmoeras op de drogere randen (IVC: Indian Ocean Mangrove, African Cape Coastal Salt Marsh, Tropical African Coastal Salt Marsh). Kraamkamer voor vis en schaaldieren, en daarmee een belangrijk foerageergebied voor reigers, ooievaars en steltlopers.
Cultuurland I
Grond die voor akkerbouw of veeteelt is omgezet: maisvelden, wijngaarden, boomgaarden en beweid grasland. Cultuurland vervangt in delen van het gebied grote oppervlakten oorspronkelijk grasland en fynbos, en een aantal soorten uit die leefgebieden benut het als aanvulling of, bij verlies van het oorspronkelijke leefgebied, als enig overgebleven alternatief.
-
Landbouwgrond I1
Vineyards in the South African wine region of Stellenbosch
95 soorten
Grond die voor akkerbouw of veeteelt is omgezet: maisvelden, wijngaarden, boomgaarden en beweid grasland. Vervangt in delen van het gebied grote oppervlakten oorspronkelijk grasland en fynbos, en een aantal soorten uit die leefgebieden benut het als aanvulling of, bij verlies van het oorspronkelijke leefgebied, als enig overgebleven alternatief.
Bebouwd gebied J
Steden, dorpen en de tuinen, parken en gebouwen daarbinnen. Een beperkt aantal soorten heeft zich sterk aan de mens aangepast en bereikt in bebouwd gebied hogere dichtheden dan in enig natuurlijk leefgebied.
-
Tuinen en bebouwing J1
Kirstenbosch botanical gardens in Cape Town RSA
117 soorten
Tuinen, parken en de bebouwing van steden en dorpen. Een beperkt aantal soorten heeft zich sterk aan de mens aangepast en bereikt hier hogere dichtheden dan in enig natuurlijk leefgebied.
Indeling: Sayre, R. e.a. (2013), <em>A New Map of Standardized Terrestrial Ecosystems of Africa</em> (NatureServe / USGS / American Association of Geographers), gebaseerd op de macrogroepen van de International Vegetation Classification (IVC). Formaties buiten het bereik van deze vegetatie-indeling (open zee, kustrotsen, cultuurland, bebouwd gebied) volgen een eigen, voor deze gids geschreven indeling. De namen en beschrijvingen zijn voor deze gids vertaald en geschreven.