Alle soorten › Anjerachtigen

Anjerachtigen | Caryophyllales

Caryophyllales | Cariofilales

Een grote orde van ruim twaalfduizend soorten, met de anjers, de amaranten, de duizendknopen en alle cactussen. Kenmerkend is het vermogen van veel leden om op extreme grond te leven: zout, droog, zuur of arm. Daar past vleesetendheid bij, en juist hier zit de grootste vleesetende tak van het plantenrijk: de zonnedauwen, de venusvliegenval, de bekerplanten van de tropen en de zonneroos van het Iberisch schiereiland staan samen in één verwantschapsgroep, met klapvallen, bekervallen en lijmvallen naast elkaar.

Families in deze orde

  • Zonnedauwfamilie | Droseraceae216 soortenTwee geslachten in deze gids, die op twee heel verschillende manieren met beweging vangen. De zonnedauwen dragen steelklieren met een druppel kleefstof waarin de prooi blijft steken, waarna de tentakels en soms het hele blad zich eromheen buigen. De venusvliegenval heeft datzelfde blad tot een scharnier met voelharen omgevormd en klapt in een fractie van een seconde dicht. Zijn naaste verwant is de waterval, die onder water dezelfde klap uitvoert; als onderwaterplant staat die buiten deze gids.
  • Bekerplantfamilie | Nepenthaceae174 soortenEén geslacht, van Madagaskar en de Seychellen over Zuidoost-Azië tot Nieuw-Guinea en Noord-Australië, met het zwaartepunt op Borneo en Sumatra. De beker hangt aan een rank die de nerf van het blad verlengt; onderaan de plant staan andere bekers dan bovenin, en die twee lijken vaak nauwelijks op elkaar. De planten zijn tweehuizig, zodat een mannelijke en een vrouwelijke plant nodig zijn voor zaad.
  • Drosophyllaceae | Drosophyllaceae1 soortEén soort, op droge zandgrond en steenachtige hellingen in Portugal, zuidwestelijk Spanje en Noord-Marokko — de enige vleesetende plant die niet in nat terrein staat. De bladeren rollen zich bij het uitlopen naar buiten open, precies andersom dan bij vrijwel alle andere planten, en dragen twee soorten klieren: gesteelde met kleefstof en zittende die verteren.