Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera humbertii

Drosera humbertii

Een van de weinige zonnedauwen die alleen op Madagaskar voorkomen. Drosera humbertii werd in 1956 door Exell en Laundon beschreven en vernoemd naar de Franse botanicus Henri Humbert, die decennialang de flora van Madagaskar onderzocht. Het is een bergplant van het noorden van het eiland, en de naaste verwant van de pas in 2020 beschreven D. arachnoides.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een rozetzonnedauw met langwerpige, beklierde bladeren, die op natte rotsen groeit. Een betrouwbare beschrijving met maten was voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera arachnoides is de naaste verwant: eveneens een Malagassische rotsbewoner, maar van het laagland in het oosten, terwijl D. humbertii hoger in het noorden groeit. Drosera madagascariensis vormt een stengel en staat in moerassige graslanden; D. natalensis en D. burkeana zijn rozetsoorten van natte, open grond.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: kleverige druppels op gesteelde klieren houden kleine insecten vast, waarna de tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden.

Standplaats en ecologie

Vochtige rotsen en rotswanden in de bergen, deels in de sfeer van nevelwoud, waar sijpelwater en mist de plant nat houden (R1, B4, R3). Specifieke standplaatsgegevens zijn schaars.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Madagaskar, in de bergen van het noorden van het eiland, op grotere hoogte dan D. arachnoides. Precieze hoogtegrenzen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gegeven.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. Volgens Rakotoarivelo en Fleischmann (2020) behoort D. humbertii met D. arachnoides tot sectie Ptycnostigma.

Waar en wanneer te zien

De groeiplaatsen liggen in afgelegen berggebieden, vaak in nationale parken waar een vergunning en een gids verplicht zijn. Zoek op natte, begroeide rotswanden.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is klein en gebonden aan berghabitats; ontbossing en branden rond de bergen van Noord-Madagaskar vormen een algemene bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Drosera humbertii | Exell & Laundon, 1956

Beschreven door Exell & J.R. Laundon in 1956, in Boletim da Sociedade Broteriana, serie 2, deel 30, p. 219. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor op Madagaskar. Vermoedelijk vernoemd naar Henri Humbert (1887-1967), de vooraanstaande Franse autoriteit op het gebied van de Malagassische flora in die periode — een sterke aanname gezien de context, maar niet letterlijk bevestigd in een bron.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.