Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera katangensis

Drosera katangensis

Een van de zeldzaamste zonnedauwen van Afrika. Drosera katangensis werd in 1945 door Auguste Taton beschreven uit het zuidoosten van de toenmalige Belgische Kongo, en is sindsdien nauwelijks teruggevonden. Op de IUCN-Rode Lijst staat hij als ernstig bedreigd; om die reden noemt deze gids geen vindplaatsen of coördinaten.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een kleine rozetzonnedauw met beklierde vangbladeren en een bloeistengel uit het hart van de rozet. Een gedetailleerde, betrouwbare beschrijving met maten was voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg. Voor determinatie is de oorspronkelijke beschrijving van Taton, aangevuld met herbariummateriaal, de aangewezen bron.

Gelijkende soorten

In dezelfde regio komen D. bequaertii, D. madagascariensis, D. affinis en D. elongata voor. De stengelvormende soorten zijn gemakkelijk te onderscheiden; tegenover de eveneens kleine D. bequaertii is determinatie in het veld onzeker.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels vangen kleine insecten, waarna de tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden.

Standplaats en ecologie

Seizoensgebonden natte, open plekken in graslanden en savanne op de hoogvlakten van Zuidoost-Congo (W7, W4, B6). Nauwkeurige standplaatsgegevens worden hier niet gegeven.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de Democratische Republiek Congo, in het zuidoosten van het land (de voormalige provincie Katanga). Hoogtegrenzen worden niet vermeld.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 5 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten bekend. De soort is gekend van zeer weinig verzamelingen, en recent veldwerk ontbreekt grotendeels; zowel de afbakening als de huidige toestand van de populaties zijn onzeker.

Waar en wanneer te zien

Deze soort is niet geschikt als doel voor een veldbezoek. Wie haar toevallig aantreft, doet er goed aan de waarneming vertrouwelijk door te geven aan een herbarium of aan de IUCN-specialistengroep, en de plek niet openbaar te maken. Verzamel geen planten of zaad.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst beoordeeld als Critically Endangered (ernstig bedreigd); niet in CITES. Het uiterst kleine bekende areaal ligt in een regio waar grootschalige mijnbouw, uitbreiding van steden en landbouw en veranderingen in het brandregime de natte graslanden sterk onder druk zetten.

Wetenschappelijke naam

Drosera katangensis | Taton, 1945

Beschreven door Taton in 1945, in Bulletin du Jardin botanique de l'État à Bruxelles, deel 17, p. 309. "Congo Belg." (Belgisch Congo); de soort is endemisch voor Haut-Katanga, Democratische Republiek Congo, en tot nu toe alleen bekend van één verzameling uit 1912. Van het achtervoegsel -ensis ("afkomstig uit") — "van/uit Katanga" (de regio/provincie Katanga in de DR Congo, overeenkomstig het verspreidingsgebied).

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.